FKT poging Vaals Botrange (bloed, veen en tranen)
5u20
Mijn ogen schieten open. Het halfduister schemert op mijn netvliezen. Mijn gedachten lichten op.
Ik begin de dag twijfelend. Piekerend. Wikkend en wegend. Zou ik het dan toch doen? Neen, mijn besluit stond vast. Staat vast. Als in beton gegoten. We gaan weer niet impulsief indruisen tegen eerder genomen beslissingen. Of wel? Neen. De richtlijnen waren en zijn duidelijk. Geen onnodige verplaatsingen. Geen onnodig contact. Wat ik van plan ben -was!- is bepaald niet essentieel van aard. Integendeel. Mijn plannen getuigen van niets anders dan een doorgedreven egoïsme dat de wereld momenteel kan missen als kiespijn.
Maar wat als ik er nu eens voor zorg dat mijn onderneming 100 procent contactloos verloopt?
Misschien is het dan wel OK?
7u30 - 9u30
Ik zit in mijn auto en rijd mijn godverlaten straat uit om vervolgens de véél minder godverlaten steenweg op te draaien. In mijn huis laat ik twee slapende kinderen en een ietwat gepikeerde vriendin achter. In mijn auto bevinden zich naast mijn twijfelende hoofd en de knoop in mijn maag ook nog een koersfiets, een loopuitrusting en een voedselpakket van sportgels, snickers, cola en alcoholvrij bier. Dat laatste voor achteraf. Misschien -hopelijk- heb ik dan wel iets kleins te vieren.
Ik denk aan mijn broer die nu nog ligt te slapen. Hij heeft speciaal een dag verlof genomen om mijn FKT poging tussen Vaals en Botrange (VaBo voor de ingewijden) te ondersteunen. Hij zou me afzetten op het topje van de Vaalserberg, me een blikje cola en een Snickers aanreiken aan de oevers van de barrage van Eupen en me opwachten op het Signal de Botrange om me tot slot weer veilig thuis te brengen. Mijn originele plan was om de poging op zaterdag 21/03 te doen, als surrogaat van de afgelaste HADT trail. Omdat een complete lockdown echter al een tijdje in de lucht hing, besloot ik -vanuit een doen nu het nog kan-mindset- eerder al om mijn poging de woensdag ervoor te wagen. De ronduit schitterende vooruitzichten op meteorologisch vlak, sterkten alleen maar mijn besluit.
Alles was dus besproken en beklonken. Toen, de avond voordien, werden tijdens het journaal van 19u de verstrengde maatregelen aangekondigd. Na wat getwijfel en getouwtrek met mijn eigen gedachten, besloot ik dat het afgelasten van mijn plannen de enige juiste keuze was.
Blijkbaar was de beslissingsmolen in mijn hoofd 's nachts ongemerkt verder blijven draaien en werd ik wakker met andere gedachten.
9u30-10u30
Hoewel ik 's morgens onder een stralend zonnetje vertrokken ben, is het mistig en koud op het Signal de Botrange. De toren op de top is in grauwe sluiers gehuld. Ik heb altijd al gevonden dat de toren iets kleinerends heeft, alsof er letterlijk tegen de Botrange gezegd wordt: jij bent niet hoog genoeg. Ook de toren zelf is best zielig. Een soort van kunstnageltje dat ervoor moet zorgen dat de Botrange aan de totaal arbitraire grens van 700 meter kan krabben.
Ik plaats de koersfiets die ik intussen al bijna twee jaar niet meer onder mijn kont heb geschoven achter een elektriciteitskast en hang deze vast aan het hekwerk. Mijn fietsuitrusting, water en Snickers voor achteraf verstop ik ergens onder een omgevallen boom. Vooraleer ik adieu zeg tegen de Botrange, ledig ik nog even mijn darmen in het hoogste bos van België.
Vervolgens stap ik in mijn wagen en zet ik koers richting de barrage van Eupen. Ergens onderweg begin ik door te krijgen dat ik mezelf heb opgezadeld met een waar logistiek herculeswerk.
10u30 - 10u40
Na bijna een half uur rijden kom ik aan bij de barrage. Het is hier best mooi, de zon lacht me opnieuw toe en de lucht voelt een stuk zoeter dan op de top van het land. Na wat zoeken vind ik een geschikt plekje -in de bosjes aan een parking- om een grote fles water en een blikje cola te cachen.
Tot slot zet ik koers richting de Vaalserberg, de knobbel die het hoogste punt van Nederland mag heten.
10u40-11u25
Vijfenveertig minuten rijden over de traagste wegen ter wereld. En dat zonder verkeer. Lopend zal ik er later die dag slechts 2,5 keer zo lang over doen!
11u25-11u45
Vooraleer ik mijn poging inzet om het hoogste punt van Nederland te verbinden met het hoogste punt van België in een voor mij zo snel mogelijke tijd, doe ik nog even mijn gevoeg in het hoogste bos van Nederland. Ik sta er op dat moment niet bij stil dat ik die dag in twee verschillende landen een drol heb gelegd en vervolgens van de ene naar de drol ga lopen.
Opmerkelijk.
11u45-13u43
Wanneer ik aan het mijlpaaltje ga staan dat het hoogste punt van Nederland markeert, voel ik mij een klein beetje een idioot. Wat verderop zitten twee mensen op een bankje naar mij te kijken. Er heerst beslist geen uitgestorven sfeer in de omgeving van het drielandenpunt. Het loopt er vol wandelaars en joggers. Wielertoeristen sleuren zichzelf en hun tweewieler de hoogste berg van Nederland op. Wat verderop spot ik zelfs een groepje jongeren die samen op de selfie gaan. Zouden de richtlijnen van de overheid niet tot op de Vaalserberg geraakt zijn?
Op een perverse manier voel ik me al heel wat minder schuldig over het feit dat ik me aan een FKT waag in volle Coronacrisis.
Strikt genomen mag het dan wel een overbodige verplaatsing zijn, ik doe deze wel in volkomen eenzaamheid.
Na het induwen van mijn GPS-horloge storm ik de Vaalserberg af. Ik loop best snel op de afhellende, eerder brede boswegen. Misschien te snel. Ik hou er weinig rekening mee dat ik een dikke marathon te lopen heb. Ook negeer ik de stem die zegt dat ik misschien best wat reserve inbouw voor het allerlaatste stuk. Misschien is dat wel wat moeilijker en minder goed beloopbaar dan de rest van het tracé?
Ik meen stukken van de Grizzly 100 te herkennen. Dit was toen het stuk waar ik een absoluut dieptepunt beleefde. In de bossen rond de Vaalserberg maak ik af en toe een kleine navigatiemisser. Niets dramatisch, meestal merk ik mijn fout al na enkele tientallen meters op. Het telt wel op natuurlijk. Tien seconden hier, twintig seconden daar... Hoeveel marge heb ik? Eigenlijk is het kaartloze navigatiesysteem van mijn Suunto Ambit3 niet geschikt voor navigatie over slingerende, elkaar kruisende paden.Na het verlaten van de Vaalserse wouden gaat het nog wat op en neer door het Duitse Preuswald. Brede boswegen worden afgewisseld met leuke singletracks. Vlotlopende stukken worden afgestraft met nijdige kuitenbijters. Bij het weer binnenlopen van het eigen land, gaat het boslandschap over in meer uitgestrekte weidelandschappen. Het terrein doet me wat denken aan bepaalde delen van Olne-Spa-Olne. De ondergrond is wat saaier nu. Lange stroken vals plat over zowel geasfalteerde banen als brede landbouwwegels, zijn nu de norm. Het lijkt een ideale zone om de snelheid stevig op te drijven en de huidige FKT eens goed onder druk te zetten. Toch valt dat wat tegen. De aard van de wegen nodigt inderdaad uit tot het betere snelheidswerk maar er is altijd die subtiele -soms nauwelijks zichtbare- hellingsgraad. Eigenlijk is het welhaast voortdurend klimmen maar dan zo geleidelijk dat je je er niet altijd bewust van bent. Bovendien begin ik mijn boude start wat te voelen waardoor ik terugval op een basistempo van zo'n 13 a 14km/u. Mijn benen voelen best goed maar tegelijkertijd merk ik dat ik wat korter van adem ben dan gewoonlijk.
Ik heb geen topdag. Dat weet ik nu al. En eigenlijk was dat te verwachten. Het voorbije weekend kende ik nog twee pittige trainingsdagen en door het impulsief vervroegen van mijn FKT-poging, gunde ik mezelf te weinig recuperatietijd.
Na twee vuisten vol onbeschutte kilometers duikt het tracé opnieuw de bossen in. Het Katharinenbusch ten noordoosten van Eupen. Ik heb er ongeveer de helft opzitten en ben slechts 1u45' onderweg. Als ik er in slaag om in dat tempo te volharden, zou ik een eindtijd van 3u30 moeten kunnen halen! Reken daar zelfs een kwartier verval bij en dan nog zou ik twintig minuten van de huidige FKT kunnen afsnoepen. Die staat immers met 4u04'57" op naam van Niels Blindeman en Dimitri Bongers. Niels is geen compleet onbekende voor mij. De voorbije jaren stond ik enkele malen samen met hem aan de start van dezelfde trails en telkens eindige ik dan voor hem. Behalve op de Bear Trail van twee jaar terug. Toen eindige hij als eerste en gaf ik op. Enkele minuutjes, nooit veel meer dan dat. Toen ik thans vorige week bij het overwegen van een FKT, zijn naam zag staan bij de FKT op VaBo, was dat een extra stimulans. Het verbeteren van zijn tijd was haalbaar maar zou toch zeker ook niet gemakkelijk worden.
Het voelt vreemd om het moederziel alleen op te nemen tegen een denkbeeldige tegenstand. Een soort van virtuele Niels en Dimitri. En tegen de cijfers van mijn horloge. Tegen mezelf ook? In wezen is een FKT niet meer en niet minder dan een wedstrijd maar dan gespreid in de tijd. Bij momenten word ik overvallen door de tristesse van mijn onderneming. In de plaats van langzaam genietend door de immer veranderende landschappen te struinen, vecht ik tegen de tijd en mijn eigen adem.
Niet dat ik niet geniet maar het genieten zou beter tot me doordringen moest mijn hartslag een veertigtal slagen lager geweest zijn.
13u43-13u45
Ik heb de 25km tot aan de barrage van Eupen afgelegd in iets minder dan twee uur. Dat voelt geweldig hoopgevend. Ik bevind me met 'slechts' 18km voor de boeg ruimschoots over de helft. Ik neem me voor om niet te lang te talmen en zo weinig mogelijk tijd te verliezen. Ik graai de cola uit de bosjes en kloek hem in een halve minuut achterover. Er zit nog wat water in mijn camelbag. Genoeg om de resterende kilometers te overbruggen, oordeel ik verkeerdelijk. Dus laat ik het na om mijn waterzak bij te vullen.
Twee cruciale fouten die volgens mij hebben bijgedragen aan vals klinkend slotakkoord later in de tocht.
13u45-15u30
De gevolgen van de eerste fout word ik vrijwel onmiddellijk gewaar. De op een neer klotsende cola doet mijn maag na enkele honderden meters opzwellen tot een strak gespannen ballon. Een soort van harde bal die boos tegen mijn middenrif aandrukt en mijn longen in de verdrukking dwingt. Mijn benen -gevoed door de snelle suikers- herleven maar ademen gaat moeizaam en minutenlang word ik geplaagd door milde maar vervelende krampen ter hoogte van mijn middenrif. Hierdoor tikken de vlakke, geasfalteerde kilometers rond de barrage veel trager weg dan mogelijk was geweest.
Wel prachtig hier, denk ik tussen de pijnscheuten in.
Los van het opgepompte gevoel in mijn buik, is het heerlijk toeven aan het Lac d'Eupen. Het meer ligt als een soort van blauwe, halfslachtige sikkel tussen het groen van de omringende bossen. Een soort van donkere weerspiegeling van het strakblauwe hemelgewelf. Wat een heerlijke lentedag is het. Het meer van Eupen vormt een soort van scharnierpunt in de tocht. Na het verlaten van de oevers begint het landschap significant te veranderen.
De route wordt abrupt opgetild door het reizende reliëf en volgt de Helle -een zijrivier van de Vesder- doorheen het Hertogenwald. Aanvankelijk gaat het nog over brede trailsnelwegen en kan ik het tempo -hoewel bergop- nog rond de 5'/km houden. Toch begint het mij nu al te dagen dat een tijd van 3u30 een veel te optimistische inschatting was.
Gaandeweg transformeert de trailsnelweg echter in een fraaie singletrack die flirt met de oevers van de Helle. Het gaat op een neer over kronkelende boomwortels en kleine rotspartijen. Het pad ligt bezaaid met door de wind gevelde bomen. Wellicht een erfenis van Kiara of Dennis. Het is warm. Zelfs in de bossen. Mijn energiepijl begint voor het eerst sinds de aanvang van mijn tocht wat te zakken. Eerst subtiel maar dan aan een verontrustend tempo. Simultaan met het dippen van mijn energiepijl kom ik zonder auditieve doping te zitten. Ik heb ervoor gekozen om mezelf van in het begin een hoge dosis toe te dienen maar net als ik er het meeste behoefte aan heb, laat Spotify me in de steek. Blijkbaar weet het Hertogenwald uit de tentakels van het 4G netwerk te blijven.
Muziekloos en krachtloos zet ik mijn tocht bergop verder. Voor het eerst begin ik het lopen zo nu en dan af te wisselen met korte stukjes aan wandeltempo. De fut is er wat uit. Ik heb er een dikke dertig kilometer opzetten en ik lig nog grofweg twintig minuten voor op de tijd van Niels en Dimitri.
Zouden de virtuele Niels en Dimitri op dit punt achter of voor mij lopen? Zouden mijn onzichtbare tegenstanders me zo dadelijk geruisloos voorbij komen lopen?
Naarmate ik steeds meer hoogte win, gaan de bossen over in veengebied. Dat gebeurt vrij geleidelijk. De oevers van de Helle werden afwisselend omzoomd door dichte naald- en loofwouden, vervolgens werd de begroeiing schaarser en meer verspreid. Het is pas wanneer ik begin te merken dat mijn voortgang opmerkelijk moeizamer wordt, dat ik in de gaten krijg dat de bodem uit een soort van half-veen bestaat. Half-veen, half-bos. Veenbos of bosveen. En de bodem blijft maar stijgen. En stijgen. Een subtiele maar genadeloze hellingsgraad.
Ik laat de bossen definitief achter mij. Waar het bosveen nog enige vorm van stabiliteit bood, is het échte veen een vestingplaats voor allerhande demonen die hun klauwen wild graaiend uit de modder steken en gretig naar mijn enkels grijpen. Nu eens zak ik tot boven mijn enkels weg in de meest zompige modder, dan weer zoek ik de stabiliteit op door op van die uitstekende graszoden te balanceren, in de hoop die gulzige modder te omzeilen. Altijd kantel of kwikkel ik terug de bagger in. Zelfs de stukken die er droog en stevig bij lijken te liggen, bezitten een soort van elasticiteit die alle energie uit mijn looppas lijkt op te slorpen.
De Venen baden in een stralende zon en bezitten een soort van verrassende on-Belgische schoonheid. Ik waan me ergens op de uitgestrekte toendra in het Hoge Noorden. Het is een plek waarbij je eigenlijk even zou moeten gaan zitten, bijvoorbeeld op één van de vele houten loopbruggetjes, om je gedachten de kans te geven om ongebreideld uit te zwermen.
Helaas wordt ik geplaagd door mijn immer voort tikkende horloge. Ik ga koortsachtig aan het rekenen. De uitkomst van de som ziet er niet al te rooskleurig uit. Ik moet een tempo van minstens 10km/u aanhouden om de FKT van Niels en Dimitri nipt aan te scherpen. We hebben het al lang niet meer over een verbetering van een half uur of een kwartier. Het begint er zelfs om te spannen. Mijn zelfvertrouwen ging al eerder aan het wankelen maar nu voel ik voor het eerst de angst dat het misschien helemaal niet zal lukken.
Ik werp een blik op mijn horloge: 8km/u. En het voelt alsof ik aan een intervaltraining bezig ben. Met alle moeite van de wereld probeer ik een verzetje hoger te schakelen. 9km/u. Ik krijg het tempo echt niet meer hoger. Nog nooit heb ik mij zo zwaar ingespannen om zo traag vooruit te gaan. Neen, dat is niet waar. Wat wel waar is: nog nooit voelde een tocht die ik alleen aflegde zodanig aan als een echte wedstrijd.
Mijn benen zijn zwaar en volgelopen. Ik heb dorst en zit zonder water. Dat is de consequentie van mijn veel te overmoedige inschatting aan de barrage van Eupen.
15u30-15u43
Het Signal de Botrange is al een tijdje zichtbaar. Lonkend. Plagend. Kwellend haast. Zonder zijn spuuglelijke communicatiemast zou de Botrange gewoon één of andere insignificante veenheuvel kunnen geweest zijn. De hel van de venen wordt even opgehemeld door een houten loopbrug. Hoewel mijn benen nu zo papperig voelen dat ik zelfs op het relatief stabiele oppervlak niet verder meer kom dan een sukkeldrafje, voelt de afwisseling aan als een ware bevrijding. Toch hebben de venen nog een laatste hindernis voor mij in petto. In de plaats van recht op zijn doel af te stevenen, maakt de loopbrug nog een ruime omweg om de Botrange vervolgens langs het noordwesten te benaderen.
Nog even gaat het recht omhoog. Volgens mijn horloge is het nog 1km in rechte lijn. Het einde is nabij. In mijn binnenste is het een cocktail van pijn en euforie. Mijn bescheiden tempoversnelling op de houten loopbrug heeft ervoor gezorgd dat mijn FKT alsnog veilig gesteld lijkt.
In extremis durft de route toch nog even af te wijken van de kortst mogelijke lijn naar het Signal en duikt nog even wat verboden veengebied in -dat ik zonder aarzeling toch besluit te betreden- om tot slot aan de andere kant van de N676 uit komen. Ik dwars het asfalt en struin puffend en hijgend de parking op.
Ik steek over. Nader de toren. Hét Signal. Eindelijk. Ik leg mijn hand op het hekwerk en schakel mijn GPS horloge uit.
3u56'45"
Gelukt!
Oef.
15u43-16u15
Voor de leut beklim ik toch nog de trap die naar de magische 700 meter grens leidt. Wie weet -met heel deze COVID-19 problematiek- is dit de allerhoogste top die ik in heel 2020 zal bereiken. Wat misselijk en draaierig kijk ik uit over de uitgestrekte venen die wegzakken en verdwijnen achter de noordelijke horizon. Overgaand in steile bossen, het Vesderstuwmeer voorbij en over eindeloze weilanden. Ergens in het noorden, verborgen achter die strakke horizon ligt de Vaalserberg verscholen.
Tijd om naar daar te fietsen.
Maar eerst stuur ik een bericht naar Tim en Stef om hen op de hoogte te brengen van mijn succesvolle poging. Ik recupereer mijn spullen die ik in het bos verstopt heb, verorber enkele Snickers die ik wegspoel met een fles spuitwater en wissel mijn loopoutfit om in een fietsoutfit.
Klaar voor de aftocht.
16u15-18u00
Hoewel de fietstocht een verplicht nummertje is en ik bij het uittekenen van de terugweg de focus legde op het zo kort mogelijk houden van het traject en allerminst moeite deed om er een pittoreske tocht van te maken, weet ik er alsnog van te genieten.
Wat mij het meeste is bijgebleven van de fietstocht is dat je met verlies van hoogte een soort van geurspectrum doorloopt dat mij helemaal zou ontgaan zijn moest ik de terugrit met de auto gedaan hebben. Van de frisse, steriele, wat winterse lucht op het Signal de Botrange over de zoete geur van dennenwouden naar een atmosfeer die zwanger is van lente en landbouw eens je Eupen voorbij bent. Het was een warme lentedag, ook op de top van de Botrange. Toch voelde de warmte échter en van een andere densiteit eens ik enkele honderden meters was afgedaald.
En hoe drastisch het landschap kan veranderen!
Van de uitgestrekte schoonheid der venen naar de stank en de somberheid van eindeloze geïndustrialiseerde steenwegen. En dat in 40' fietsen.
Op het einde van de dag, terwijl ik de Vaalserberg op zwoegde, werd ik nog getrakteerd op een bloedrode zonsondergang. Een rood oog in een purperblauwe hemel.
18u00-20u00
De aftocht naar huis. De gedachte dat dit weleens het laatste avontuur van die aard in lange tijd zou kunnen zijn. Maar eerst: een omweg over Eupen om mijn achtergelaten waterbidon en lege blikje cola te recupereren. Ik zou mezelf geen trailrunner mogen noemen, moest ik dat daar zomaar laten liggen hebben.


Dus terwijl iedereen thuis zit weg te rotten met deze pandemie en als enig uitlaatklep/troost een loopje van thuis kan doen. Vind jij voor jezelf dat het wel ok is om even naar de Ardennen te rijden?
BeantwoordenVerwijderenVervolgens ga je er dan nog een verslag overschrijven dat je dan op het internet plaatst om iedereen nog wat extra tegen de borst te stoten. Tim met alle respect je bent een goede loper en schrijft mooie verslagen, maar dit begint zwaar op narcisme te lijken. Traillopen gaat over maar dan een toer door een bos bergop en bergaf lopen en niks achterlaten. Het gaat over kameraadschap samen afzien het gevecht tegen jezelf en niet tegen de anderen. En over normen en waarden en vooral over respect naar elkaar en de omgeving toe en dat vind ik hier nergens terug. Jammer...
Bedankt voor de eerlijke reactie. Ik snap je frustratie en kritiek en geef ook toe dat ik dit misschien beter niet had gedaan. In mijn verslag lees je wellicht ook wel de twijfels die door mij heen zijn gegaan vooraleer ik eraan begonnen ben. Nu: los van de twijfels, het was verkeerd om het te doen. Toch durf ik het ook langs de andere kant bekijken: ik ben die hele dag lang met niemand in contact gekomen, verre van zelfs. De impact was wellicht groter geweest moest ik op de volgepakte dijk in de buurt van mijn huis zijn gaan lopen. Maar opnieuw: dat neemt jouw punt niet weg en ik zou het ook niet meer opnieuw doen. Wat ik jammer en kwetsend vind, is dat ik een narcist genoemd wordt. Je kent mij niet. Op basis van één inschattingsfout ga je over tot een grof oordeel. Of misschien ken je me wel? Wie ben jij trouwens? Trailrunning kent vele aspecten en in mijn blogs durf ik het licht wel vaker op het prestatie-aspect te werpen. Dat is mijn keuze maar dat neemt niet weg dat al die andere aspecten voor mij niet van tel zijn.
VerwijderenMisschien even nuanceren Tim, ik zeg niet dat je een narcist bent ik zeg dat je gedrag in dit geval op het narcistische af is en dat is een verschil. Ken zelf redelijk wat mensen die nu in de zorgsector de klok rond aan het werken zijn om anderen te redden. Op het moment dat je eigenbelang op alles laat voorgaan handel je fout. Iedereen weet dat je daar minder mensen gaat tegenkomen en de kans op een besmetting kleiner is dan hier. Het gaat er om dat we nu als mensheid moeten handelen ipv als individu. Als dat dan een paar weken thuis zitten inhoud is dat maar zo. Maar alleen al uit respect voor alle verpleegkundigen en dokters kan je dit simpelweg niet doen. Als je mijn oordeel grof vind is dat ok maar ik vind dit gedrag respectloos naar iedereen toe. Mijn naam is Bob Brants trouwens dat mag je gerust weten.
VerwijderenBob, als je het zo stelt, klinkt het voor mij toch al heel anders. Zoals ik al zei, begrijp ik je visie. Ik denk dat ik inderdaad niet anders kan dan toegeven dat ik voor het grootste stuk uit eigenbelang heb gehandeld. Op het moment zelf had ik er al wat twijfels bij maar leek het me toch ok om het te doen. Als ik eerlijk ben, besefte ik ergens wel dat het niet de beste keuze was. Nu, een week later kijk ik er ook anders op terug. Ik zou het dan ook niet meer opnieuw doen! Ik kan de klok echter niet terugdraaien. Het beste wat ik kan doen is nu wel correct handelen. Sinds deze escapade kom ik enkel nog mijn kot uit voor lokale loopjes en het hoogstnoodzakelijke. Ook ik werk in de (jeugd)zorg maar kan helaas mijn geliefde werkzaamheden niet verderzetten door de genomen maatregelen. Ik heb dus zeker wel het grootste respect voor al deze mensen. Als mijn tekst het tegendeel deed vermoeden, dan betreur ik dat!
Verwijderen