"Standing up, just to fall back down..."


"Standing up, just to fall back down..."

Bovenstaande zinsnede heb ik gestolen uit de lyrics van een nummer dat ik wel eens graag mijn schedel binnenpomp. Vooral tijdens het lopen en dan in het bijzonder tijdens intervaltrainingen en trailwedstrijden. De trouwe lezers van mijn voorgaande loopepistels weten dat ik mij zeer regelmatig durf te bezondigen aan auditieve doping als prestatiebevorderend middel. Hoewel de lyrics inhoudelijk weinig tot niet resoneren met mijn eigen leven -het nummer gaat over alcoholverslaving- vat dit ene zinnetje perfect samen hoe ik me de voorbije weken gevoeld heb en in alle eerlijkheid: hoe ik me nu nog steeds voel.

"Rechtop krabbelen, enkel en alleen maar om opnieuw op je bek te gaan."

Na het debacle van de Bello Gallico is niets nog naar wens verlopen. Nu besef ik ook wel dat de 'wens' op zich al een belangrijke voorwaarde is om achteraf te kunnen spreken van een mislukking. Zonder verwachtingspatroon kan er immers geen sprake zijn van falen. Dat geldt om te beginnen al voor de Bello Gallico zelf waar ik voorafgaand aan dit grote avontuur de wens koesterde om voor het eerst in mijn leven 160 km uit te lopen. Tijdens de wedstrijd zelf kwam daar de wens bij om op het podium te eindigen en de 160 km onder de 17 uur  af te leggen. Aan geen van beide verwachtingen werd voldaan. Cardiovasculair gezien waren de verwachtingen die ik mezelf had opgelegd compleet realistisch, helaas werd ik echter brutaal teruggefloten door mijn lijf dat reeds op 40 km de eerste haperingen begon te vertonen en op km 135 compleet knakte. 

Een geblokkeerde heup met volledig functieverlies in mijn rechterbeen tot gevolg. 

Ondanks de hevige protestactie van mijn lichaam, bleek mijn lijf zich tegelijkertijd redelijk vergevingsgezind op te stellen. Waar ik de dag na Bello Gallico geen millimeter beweging kreeg in mijn getormenteerde ledemaat en de tranen mij haast in de ogen sprongen bij het bestijgen van de trap, kon ik maandag tegen alle verwachtingen in gewoon met de fiets naar het werk en bleef het bij enkele dagen manken vooraleer ik mijn dagdagelijkse activiteiten weer op normale wijze kon hervatten. Uiteindelijk kon ik 'slechts' acht dagen helemaal niet lopen en was ik nadien alweer in staat om de trainingen héél rustig weer op te bouwen in combinatie met gerichte kinesitherapie. 

Een overbelaste illiopsoas -de spier die verantwoordelijk is voor het naar voren heffen van je been- en scheefstand van mijn bekken, luidde het verdict. Of dat mijn illiopsoas in een toestand van overbelasting is geraakt ten gevolge van een bekken dat reeds uit balans was, of dat mijn bekken scheef was gaan staan omdat de aanhechtende spieren volledig in verkorting waren gegaan, dat is weer zo'n typisch kip-of-het-ei vraagstuk. De blessure valt op verschillende manieren te verklaren en te behandelen. Eén ding is echter zeker: bekkengerelateerde problemen achtervolgen me al mijn hele leven. Zelfs van toen ik nog een prille 18 jarige loper was en zelfs nog erger tijdens de daaropvolgende jarenlange periode waarin ik helemaal niet liep en enkel en alleen fietste. Ik vermoed bij mezelf dus wel degelijk een aangeboren bekkenproblematiek die de achterliggende verklaring vormt voor de steeds wederkerende blessures waarmee ik al mijn hele sportieve leven te kampen heb. 

Om even terug te keren naar het onderwerp wensen en verwachtingen:

Sinds de zomer van 2019 mocht ik genieten van een gestage maar immer opklimmende vormcurve die zich vertaalde in diverse podiumplaatsen op trails gaande van 42 tot 110 km met als kers op de taart een occasionele overwinning op de Grizzly 100. Het ware hoogtepunt kwam misschien zelfs een maand later pas in de vorm van een 7de plaats op Olne-Spa-Olne. Nooit eerder had ik een afstand van 70 km met zo'n consistent en sterk gevoel kunnen uitlopen. Het zou onredelijk geweest zijn om te verwachten dat welke curve dan ook -en al zéker één die gebaseerd is op de prestaties van een organisme van vlees en bloed- eeuwig kan blijven stijgen. De sky is NIET de limit. Dat heeft het leven mij lang geleden al geleerd. Dat een daling in prestaties, een periode van mindere vorm of zelfs motivatie zou volgen, dat wist ik. Dat de curve zich op termijn weer zou laten leiden door de natuurlijke deining van het leven, was te verwachten. Ik zou er zelfs op anticiperen. Deze keer zou ik mijn lichaam niet laten beslissen wanneer een periode van rust aangewezen is maar zou ik mijn ratio laten zegevieren en het noodlot te snel af zijn. Na de Bello Gallico zou ik mijn loopschoenen tot aan de jaarwisseling geen blik waardig meer gunnen. Dat stond op voorhand al vast. Dat de curve zou knakken en loodrecht naar beneden zou schieten, daar had ik niet aan durven of willen denken.

Ook al is dat in het verleden al zo vaak gebeurd.

"But I still lie to myself, I always lie to myself."

Misschien zijn er wel meer tekstfrases uit de lyrics dan enkel en alleen dat ene toepasbaar op mezelf? 

De heupblessure was een fikse kluit roet in mijn spreekwoordelijk maal maar eigenlijk mag ik er ook niet teveel over klagen. Zoals eerder geschreven: na acht dagen kon ik de trainingen weer oppikken. Met fluwelen handschoentjes weliswaar. Eerst 20 minuutjes. Dan 25. Of toch niet. Dat was teveel. Terug naar 20. Dan 25, dan 30, dan 40, dan... fuck, terug die klote pijn. Een fikse stap terug: 30 minuutjes, dan 35, dan 40, yes weer een barrière overwonnen!, 45, 50, 60. Hupsakee, weer herval. Terug van 40 en nu minder snel opbouwen, 45', 50',...

En eerlijk is eerlijk: wie het zichzelf oplegt om 160 km te lopen én van zichzelf weet dat hij niet het meest feilloze gestel heeft, mag zich en af en toe aan problemen verwachten. 

Het ironische is dat als je van een hele goed vorm komt je zelfs tijdens het heropbouwen van de trainingen toch nog verder uit vorm geraakt. Ondanks het stijgen blijf je toch nog verder dalen. Zelfs tijdens de heropbouw bleef het volume van mijn trainingen steken op een fractie van wat ik voor mijn blessure gewend was om te verzetten. Na een vijftal weken naderde de processie van Echternach een punt waarop mijn gepruts eindelijk weer wat op trainen begon te lijken en durfde ik zelfs voor het eerst weer voorzichtig een intervaltraining te introduceren. Het vertrouwen in mijn heup begon zich langzaam maar zeker te herstellen en ik leek weer te werken aan een fundament voor toekomstige trainingssessies. 

Als het herstel van mijn heup relatief voorspoedig lijkt te verlopen, waarom ben ik mijn epistel dan begonnen met een vrij wanhopig klinkend extract uit een verder zeer deprimerende songtekst?

Omdat mijn gefnuikte heup zowat het enige lichaamsdeel is dat er de afgelopen weken op vooruit lijkt te zijn gegaan. De voorbije weken waren een stinkende mix van ziekte, slaapproblemen, oververmoeidheid en somberheid.

Sommige mensen mogen zich kettingroker noemen. Blijkbaar bestaat er echter ook zoiets als kettingziek zijn. De voornaamste gelijkenis tussen beiden, is dat het allebei erg ongezond is. Het grootste verschil is dat het eerste een vrijwillige keuze is en dat het laatste je overkomt. Of toch schijnbaar overkomt. Vlak voor de jaarwisseling werd ik voor het eerst wat ziekjes, niets al te ergs, gewoon wat griepachtige malaise zonder verdere symptomen. Even vreesde ik dat de overgang van 2019 naar 2020 weer zo ééntje zou zijn die ik niet feestend maar pert totale in de zetel zou doorbrengen. Gelukkig klaarde het euvel al snel weer op en konden mijn oudejaarsplannen gewoon doorgaan. 

Laat in bed kruipen, gecombineerd met het onwrikbare bioritme van mijn kroost (om 6u werd ik alweer de dag in gegild), bleek echter niet zo'n goede formule te zijn voor een herstellend lijf. Januari was nog maar een dag of twee jong en de malaise sloeg opnieuw toe. 

Ik ga me hier niet bezondigen aan een uitgebreide enumeratie van alle dagen en momenten waarop ik wel en niet ziek was, me wel en niet goed voelde. Heel simpel: de toon was gezet.

De eerste weken van het jaar waren een kluwen van ziek worden, ziek zijn en herstel dat al snel weer overvloeide in opnieuw ziek worden. Soms ging het enkel en alleen om een banale neusverkoudheid, dan weer een vervelende hoest maar evengoed griepachtige malaise zonder andere symptomen. In mijn perceptie leek het alsof ik de helft van de tijd in een twijfelachtige toestand op de werkvloer rondscharrelde, te goed om thuis in bed te liggen maar te slecht om volledig productief te kunnen zijn. 

Als zure kers op een al stevig ingekakte taart, was ik niet het enige slachtoffer van dit virale spervuur. Ook mijn kinderen werden ziek en hoestten geregeld de nacht aan flarden. Al mijn hele leven lang heb ik een moeilijke verhouding met slaap. Ik heb het erg hard nodig om me goed in mijn vel te voelen maar tegelijkertijd is het een gegeven dat beslist niet vanzelfsprekend genoemd mag worden. Ik heb een fragiel slaapritme dat gemakkelijk vatbaar is voor verstoring. Wellicht is dat één van de nevenwerkingen van mijn rusteloze, nerveuze manier van zijn. Een hoestend dochtertje, een hoestende zoon, een aantal verstoorde nachten. Dat was voldoende om mijn slaapritme te ontwrichten. De slaapproblemen gingen al snel een eigen leven leiden en bleven voortbestaan ook nadat de initiële oorzaken ervan al lang verdwenen waren. Op den duur ontstond er slaapangst die zichzelf nacht na nacht versterkte. Een soort van echo die niet langzaam wegstierf maar zichzelf bij elke weerkaatsing voedde en vol zoog totdat het lawaai oorverdovende proporties aannam. 

Sommige nachten verwerden tot een koortsachtige worsteling met mijn lakens, mijn bed vijandig gebied. De slaap een kille mistflard. 

Ongrijpbaar.

Als je het bovenstaande leest, zou je kunnen denken dat er van lopen helemaal niets is terechtgekomen de afgelopen weken. Hoewel ik mijn her-opbouw geregeld diende te staken en te onderbreken, heb ik al bij al nog meer gelopen dan mijn verhaal zou doen vermoeden.

Misschien is dat achteraf bekeken wel een deel van het probleem geweest?

Misschien moet ik -als ik heel eerlijk met mezelf ben- wel toegeven dat ik zo gedreven was om terug te keren van mijn heupblessure dat ik bepaalde signalen van mijn lijf geregeld genegeerd heb. Wellicht heb ik mezelf na een periode van ziekte wel té weinig herstel gegund waardoor ik mezelf al bij voorbaat vatbaar maakte voor de volgende infectie. Misschien wist ik dat al die tijd eigenlijk al wel maar was het sterker dan mezelf. 

"But I still lie to myself, I always lie to myself."

Misschien is het lopen, het trailrunnen wel een verslaving die niet altijd zo gezond is. Misschien is het soms wel meer dan een hobby, eerder een vorm van escapisme en is het draaglijker om mijn lichaam er schade mee toe te brengen dan om te voelen wat ik voel als ik het niet kan doen. Als ik stil moet blijven staan.

Update

Er zijn een tweetal weken verstreken tussen het moment waarop ik bovenstaande blogpost ben beginnen schrijven en het moment van afwerking. Een kort addendum is dan ook op zijn plaats. Hoewel de wolken nog steeds niet helemaal zijn verdwenen is de storm voorlopig wel gaan liggen. De ziektekiemen lijken nu eindelijk andere oorden opgezocht te hebben en mijn slaap -hoewel nog niet perfect- is niet langer de worsteling die het tot een week geleden was.

Vandaag doe ik -als de 'storm' (de echte 'storm') het toelaat tenminste- mee aan de Run For Nature van Natuurpunt. Ik had dit evenementje maanden geleden al aangestipt. Toen leek de 11km lange run door vertrouwd gebied -het parcours loopt dwars door mijn trainingsgebied- mij een leuk tussendoortje tussen alle ultratrails in. Nu kijk ik ernaar uit als zijnde een prettige gelegenheid om me na weken van fysieke ongemakken nog eens al lopende onder de mensen te begeven.

Dat ik daarmee in één adem een organisatie steun die geweldig werk levert in heel Vlaanderen, is mooi meegenomen. Want eerlijk: zonder Natuurpunt zou er geen sprake zijn van de fraaie paden die de kleine maar o zo krachtige  groene long van Mechelen doorkruisen. Natuurpunt zorgt ervoor dat ik  vlak bij mijn woonst op een parcours mag lopen dat toch een heel klein beetje op trailrunning lijkt.

Laat dat niet de meest belangrijke motivator zijn maar wel de meest persoonlijke.








Reacties

Populaire posts van deze blog

Lof aan de Lofoten: deel 1 van ?

Lof aan de Lofoten (deel 3)