Lopen is mijn natuur. Mijn natuur voor de natuur!

Eigenlijk is dit helemaal geen wedstrijd. In wezen is het ook helemaal geen trail. Een parcours, vlak als een pas gestreken biljartlaken en waarvan het niet eens helemaal duidelijk is of het nu onverhard mag genoemd worden met verharde intermezzo's of eerder het omgekeerde: verhard met onverharde intermezzo's. Of je het verharde onverharde tracé nu gezapig hobbelend afhaspelt of stiekem een nieuwe PR neerzet, geen haan zal er naar kraaien. Niet alleen zal een beloning in de vorm van een podium uitblijven, het evenement ontbeert zelfs een klassement of enige vorm van tijdsregistratie.

Buiten die van jezelf dan. Op het schermpje van je GPS horloge. Want die heb je sowieso altijd aan. Als het niet geregistreerd werd, dan is het immers nooit gebeurd.

Ondanks het niet competitieve karakter van de Run For Nature, schep ik toch een pervers genoegen uit het feit dat de nummer 2 mij al na twee kilometer moet lossen. Hoewel het wedijveren om de eerste positie verre van centraal staat binnen dit evenement, werd er na het weerklinken van het startsignaal toch voldoende snel gelopen. Meteen al was ik aangewezen op een kleine remonte daar ik erin geslaagd was om in de eerste decameters reeds het verkeerde pad op te gaan. Vanop de binnenkoer waar het hele startgebeuren plaatsvond, diende men meteen een trapje af te dalen om vervolgens scherp links de Dijledijk op te knallen. Hoewel de organisatie de lopers meermaals op het hart drukte links af te slaan, deed ik toch om onverklaarbare redenen het tegenovergestelde.

Concentratieproblemen? Ik?

Een remonte dus. Die me meteen in het zog van een getatoeëerde, rank gebouwde triatleet bracht. Deze jongeman legde er stevig de pees op. Aan zo'n 17km/u snelden we over de dijk terwijl Dennis lustig op ons in beukte vanuit een schuin linkse hoek. Gedurende de eerste hectometers dacht ik:

"Fuck, dit hou ik geen 11km vol."

Krampachtig probeerde ik me te verschuilen achter de ritmisch op en neer deinde rug van de triatleet. Ik focuste me op zijn fraaie kuitschilderingen die bij elke pas op subtiele wijze een andere vorm aannamen. Ik richtte mijn aandacht op zijn kleurrijke ellebogen die als metronomen heen en weer slingerden.

Tak, tak, tak, tak.

Daar waar de Dijle richting noordoosten meanderde kwam de adem van Dennis iets gunstiger te staan. Ik wipte over de triatleet heen en dreef met de wind in de rug het tempo wat op. Niet veel. Een beetje maar. Gaandeweg merkte ik dat hij het lastig begon te krijgen met mijn speldenprikjes en dat het algemene tempo wat begon in te zakken. Toen ik de wind nog eens flink in de zeilen kreeg, besloot ik dan ook om er alleen op uit te trekken. Een tempo van zo'n 16km/u was nu voldoende om de getatoeëerde triatleet op ruime afstand te lopen.

Freewheelend loop ik over de Dijledijk. Die o zo bekende, tot in den treure platgetrapte Dijledijk. De dijk waarvoor ik zo dankbaar ben en die ik tegelijkertijd zo hartgrondig haat. Voor zijn meanderende, inspiratieloze saaiheid. Voor al die donkere, natte en kille winteravonden waarop ik niet zonder auditieve doping kon om mijn rondje Muizen-Rijmenam-Muizen door te komen. Hoeveel nummers en podcastafleveringen zou ik niet in mijn oren gedumpt hebben terwijl ik het harde gravel nog maar eens extra aan het aanstampen was?

Nu voelt het toch anders. Vrij. Alsof ik de ketenen van het blessureleed eindelijk van me heb afgeworpen en weer vrij en zorgeloos kan lopen. Het is me niet zozeer om die eerste plaats te doen dan wel om het gevoel nog eens zorgeloos voluit te kunnen gaan. De gashendel open. Nu ik merk dat de nummer 2 definitief heeft afgehaakt, ontbreekt de motivatie om écht het onderste uit de kan te halen.




Ik besluit er een vlotte tempoloop van te maken en werk de rest van het parcours af aan een tempo dat tussen de 15 en de 17km/u ligt.

Op een bepaald moment duiken we de Dijledijk af en traverseren we een klein maar modderig bosje. Er volgt een steenweg oversteek waar tot mijn blijde verrassing Elke en de kinderen staan te wachten. Hun luid jubelende kinderstemmetjes komen nauwelijks boven het geloei van Dennis uit. Wie daar wel met glans in slaagt is de politieagente die belast is met het in goede banen leiden van de oversteek. Niet alleen heeft ze de bouw van een heuse tank, haar commando's schieten als kanonskogels door de lucht:

"OP HET FIETSPAD!!! OP HET FIETSPAD!!! NIET OP DE BAAN!!!"

"Jezus," denk ik. "Geef me op zijn minst de tijd om het fietspad op te lopen."

Ik voel irritatie maar bedenk me al snel dat ze gewoon haar taak erg ernstig neemt en dat is goed.

Vervolgens draait het parcours het Mispeldonk in. Het minder saaie maar evenzo bekende en platgelopen Mispeldonk. De langgerekte strook onverhard, gevolgd door een traverse door twee koeienweides en tot slot een zanderige strook alvorens het tracé samenvalt me een lange asfaltstrook. Nu eens geeft Dennis me vleugels, dan weer geselt hij mijn aangezicht en geeft hij me stompen tegen de borst.

Naar het einde toe nemen de verharde stroken ruimschoots de bovenhand en lijkt Dennis me geen scherpte tijd te willen gunnen. Eerlijk is eerlijk: ondanks het plezier en vertier tijdens het lopen, ben ik toch blij wanneer ik de finishboog onderdoor loop.

Het einde had jammer genoeg iets anticlimactisch. Waar de start gerust een jolige en sfeervolle boel mag genoemd worden, was de aankomst een triest en eenzaam gebeuren. De finishboog stond nogal solitair opgesteld op enkele honderden meters van het startgebeuren. Geen toeschouwers. Slechts één man van de organisatie tekende present. Mijn gezin stond tevergeefs op me te wachten aan de andere kant van het dorp.

Het kon de pret echter niet drukken want dat is meteen ook mijn enige punt van kritiek op de verder vlekkeloze organisatie. Niet alleen leverde dit evenement me hernieuwd vertrouwen in mijn heup en bij uitbreiding mijn hele lichaam op, voor Natuurpunt bracht het weer enkele fondsen op die ze goed kunnen gebruiken in hun strijd voor meer natuurbehoud én -beheer in Vlaanderen.

Met mijn eindtijd was ik evenmin ontevreden: 11km in 40 minuten. Dat is niet het snelste dat ik ooit op zo'n afstand heb gelopen maar als je het gebrek aan tegenstand, de heftige tegenwind, het onverharde aspect en de weken van blessureleed in rekening brengt, dan ben ik daar best gelukkig

mee.

Om extra kilometers te maken was ik al vanaf mijn woonst in Muizen tot aan de start in Rijmenam gelopen. Ook de terugweg legde ik al lopende af. Deze keer in het gezelschap van Elke en de kinderen. Helaas blies halverwege het traject de batterij van haar elektrische fiets zijn laatste adem uit. Het met een dode fietsbatterij opnemen tegen Dennis -fucking Dennis!- en dan nog eens een fietskar met twee koters voortslepen, bleek een onmogelijke opgave. Thans bouwde ik de kar snel om tot loopwagen en duwde ik het gevaarte tegen de helse geselwinden in naar huis. Elke had de grootste moeite om de levenloze E-bike vooruit te krijgen.

Op die manier kende de dag nog een frustrerende maar boeiende apotheose. Na thuiskomst ging ik nog even loslopen waardoor ik kon afklokken op een kleine 30 km.

De langste training sinds mijn heup het enkele maanden terug begaf.

Back on track?





Reacties

Populaire posts van deze blog

Lof aan de Lofoten: deel 1 van ?

Lof aan de Lofoten (deel 3)