Ohm Trail: de wet van de weerstand en quantum supergeleiders.


De weken die de Bouillonante van de Ohm Trail scheidden verliepen niet bepaald vlekkeloos. Geen kalm interbellum waarin ik rustig de schade kon opmeten en mijn troepen kon gereedmaken voor de volgende veldslag maar eerder een guerrillastrijd met allerhande kwalen en hindernissen. 

Het herstel na de Bouillonante verliep ogenschijnlijk redelijk vlot en al gauw dreef ik het volume en de intensiteit van mijn trainingen weer de hoogte in. Twee weken na de finish van wat ik één van de mooiste én zwaarste binnenlandse trails zou durven noemen, had ik alweer een trainingsweek van ruim 160km achter de kiezen met daarin een duurloop van zo'n 60 km. Nadien volgde een weliswaar minder zware, maar geenszins herstelgerichte week. Tijdens die week begon mijn lijf al niet mis te verstane signalen uit te zenden. Het had nood aan een welverdiende rustpauze: zware benen, allerhande pijntjes en ongemakken, een wat moeizamere ademhaling en een algemeen vermoeid gevoel. 

Helaas trapte ik in dezelfde valkuil waarin ik al menigmaal ben gesukkeld. Bizar eigenlijk. Ik weet 'm liggen, kan in geuren en kleuren beschrijven hoe de weg ernaar toe eruitziet en toch word ik er regelmatig nog eens ingezogen. Het is welhaast paradoxaal. Alsof mijn cognitieve vermogens een negatieve relatie hebben met mijn fysieke conditie. Hoe fitter ik ben, hoe dommer ik word. Hoe meer mijn lijf het verdient om gerespecteerd te worden voor wat het allemaal aflevert, hoe minder liefde en mildheid ik het geef. Zorgen goede prestaties voor een soort van 'ik kan alles aan' gevoel? Of schuilt ergens in mij de overtuiging dat het altijd meer en beter moet zijn? 

Ik weet het eigenlijk niet.

Wat gebeurt er met iemand die niet gehoord wordt? 

Jawel, hij of zij begint te smeken, komt in opstand of geeft er de brui aan. 

Mijn lijf koos voor de revolte. Nog een week later intensifieerden de signalen waar ik al een tijdje last van had. De vermoeidheid die de week voordien alreeds opspeelde, kreeg nu een onaardse dimensie. Met een stroperige lusteloosheid sleepte ik mij doorheen de werkdagen om vervolgens op automatische piloot voor mijn kinderen te zorgen. 's Avonds was ik tot niets anders in staat dan als een patattenzak in de sofa neer te zijgen. Tv kijken ging moeizaam. Die enkele keer dat ik in mijn steenezelige koppigheid toch trachtte te gaan lopen, voelde ik een vreemd soort aversie en maakte ik na 2km rechtsomkeer. Mijn hartslag was ongebruikelijk laag. Ik herkende de signalen van beginnende overtraining en besloot de rest van de week geen meter meer te lopen. 

Godzijdank reageerde mijn lichaam goed op de veel te laat gegunde rust en voelde ik me met de dag weer beter. Ook het feit dat ik niet langer door de hitte uit mijn slaap werd gehouden, zal wel geholpen hebben. Misschien ben ik deze keer nét over de valkuil heen gesprongen? 

Ik geraakte net op tijd uitgerust om onbezonnen te kunnen deelnemen aan het vrijgezellenweekend van één van mijn meest intieme vrienden. Het werd een memorabel weekend waar ik al een tijdje naar uitkeek en ook wel wat spanning rond ervaarde omdat ik als getuige een deel van de organisatie op mij nam. Vanuit een gezondheidsperspectief lijkt een weekend met amper zes uur slaap op de teller en een ontelbaar aantal alcoholische consumpties verre van gunstig. Vreemd genoeg voelde ik me kort na het vrijgezellenweekend merkbaar beter dan de voorbije weken. Mijn hartslag was genormaliseerd, de energie stroomde weer door mijn lijf en het lopen ging weer lichtvoetig en vlot. Misschien had ik een reset nodig? Een weekend van verbondenheid, achteloos zuipen en loslaten. 

Helaas dook er in de week voor de Ohm Trail wederom een hindernis op. Op een dag stond ik op met een pijnlijk en ontstoken gevoel ter hoogte van de rib net onder mijn rechtertepel. Er was duidelijk sprake van een pijnlijk drukpunt en een lichte zwelling. Zomaar. Uit het niets. Het enige wat ik mij kon bedenken was dat ik iets geforceerd had tijdens de teambuilding op het werk. Tijdens een bepaald spel ging het er nogal onzacht aan toe en kwam ik aantal keer stevig in aanraking met de grond of een collega. Gekneusde of gebarsten rib? Iets aan mijn tussenribspieren? Zou kunnen maar is het dan niet vreemd dat de pijn pas meerdere dagen na de teambuilding opdook? Wat het ook was, de pijn was van een bijzonder vervelende aard en viel nog nét binnen het draaglijke. Zowat elke dagdagelijkse activiteit ging gepaard met een knagende, stekerige pijn. Lopen ging maar met een constant ongemak. Ibuprofen bracht weinig tot geen verlichting. 

Gebeurtenissen als deze maken mij bewust van de verandering die de laatste jaren in mij is opgetreden. Vroeger zouden hindernissen als deze mij overspoeld hebben met een tsunami van onzekerheid en faalangst. Nu merk ik dat mijn mentale wateren veel kalmer zijn geworden. In de plaats van eindeloos te piekeren over de pijn aan mijn rib en wat dit zou betekenen voor de Ohm Trail keek ik naar de situatie als iets dat is. Hoewel het mij natuurlijk niet blij maakte, voelde ik geen zelfmedelijden maar acceptatie. Het leven kronkelt. De dingen verlopen niet altijd, eigenlijk bijna nooit, optimaal. Ik besloot alsnog deel te nemen, mezelf voor de start een paracetamol te gunnen en te kijken waar het schip landt. 

Zoals gewoonlijk was de nacht voor de Ohm weer één van korte duur. Met een start die om 6u zou gegeven worden, werd ik alreeds om 3u45 aan de voordeur van Lander verwacht om samen richting Aywaille te carpoolen. Dat maakte dat de wekker mij om 2u35 bij bewustzijn kweelde. Doe daar een pijnlijke rib bij die mij verhinderde om vlot in te slapen en we mogen al blij zijn dat we nog één volledige slaapcyclus hebben kunnen afwerken. 

***

Aan de start kom ik meerdere bekende en minder bekende gezichten tegen. Dat gebeurt steeds vaker. Een leuke tendens. De tijd tussen het afhalen van mijn borstnummer en de effectieve start overbrug ik met het slaan van babbeltjes met bekenden afgewisseld met meerdere toiletvisitaties. Sommige dingen zullen wellicht nooit veranderen. Het is merkbaar dat de 80km lange Ohm Trail gastheer is voor het Belgisch Kampioenschap Ultratrail. Het deelnemersveld zit volgestampt met sterke traillopers. Zo op het eerste zicht herken ik Xavier Diepart die op de Bouillonante zo'n half uur voor mij zegevierde. Wat later ontwaar ik de glimmende vleesklak van Guillaume Deneffe, de man die de Cretes de Spa op een viertal uurtjes afhaspelde en de 50km Bouillonante op z'n naam schreef. Ook Florian Descamps tekent present. Nog zo'n klepper van formaat. 

Meteen wordt duidelijk dat dit een ander soort van wedstrijd zal worden dan de Bouillonante. Toen werd de aanloop langs de Semois nog aan een relatief gezapig tempo van zo'n 14km/u genomen, nu stuift de kopgroep er vandoor aan meer astronomische snelheden. Ik werp een blik op mijn horloge: ruim 16km/u!

Ik kom zij aan zij te lopen te lopen met Christophe Grifgnee, met wie ik tijdens de Bouillonante een verbeten strijd voor de tweede plaats leverde. We wisselen een blik van herkenning uit. 

"En forme?" informeert hij.

"Qui," respondeer ik in mijn beschimmelde Frans. "Les jambes sont bien mais j'ai mal au carnillage."

Carnillage... Is dat de correcte vertaling voor ribbenkast? Ik weet het niet. Het woord kwam zomaar in me op. Thuis zoek ik het even op via Google Translate en het blijkt bloedbad te beteken. Mijn God. 

"De benen zijn goed maar ik heb pijn aan mijn bloedbad."

Ik bengel aan de staart van de kopgroep en zie de afstand tot de allersnelsten nu al met de hectometer groter worden. Niet veel later draait het parcours een muur van een helling op. Ik voel me een nietig elektron, onderhevig aan de wet van Ohm. Mijn voorliggers lijken zich in een andere dimensie te bewegen en zich doorheen een supergeleider te verplaatsen. Hun horizontale snelheid lijkt zich naadloos om te zetten in verticale snelheid. Nog geen twee kilometer ver zijn we en de toppers zijn al volledig uit het zicht verdwenen. Een gezonde ervaring eigenlijk. Voelen dat alles altijd relatief is.

De eerste kilometers dansen op en neer over nijdige maar nog niet al te lange hellingen. Voorlopig neem ik ze allemaal nog lopend. Enkele lopers die een wat rustigere start hebben genomen snellen me voorbij. Eén van hen herken is als Florian Descamps. Met een mix van bewondering en verbazing kijk ik toe hoe hij reeds enkele tellen later door het gebladerte wordt opgeslokt. Vervolgens doet nog een andere -voor mij onbekende loper- haasje over waarna ik me wat extra inspan om in zijn zog te blijven. Tevergeefs. Ik moet hem laten gaan en blijf eenzaam achter in de bossen rond Aywaille. Nu al. Ik had gehoopt toch iets langer in gezelschap te kunnen vertoeven. 

Ik voel weinig voor een solotocht van 75km. 

Alsof mijn gedachten door een hogere macht worden opgepikt, hoor ik achter mij een opponent naderen. Het lijkt erop dat hij zich van het groepje dat ik op de eerste helling van de dag had achtergelaten heeft losgemaakt en nu de achtervolging heeft ingezet. Met één blik over mijn schouder herken ik de lange, magere gestalte van Christophe. Als een soort van steltenloper pikkelt hij de steile hellingen op terwijl ik hem met mijn driftige korte pootjes probeer voor te blijven. Toch duurt het niet lang vooraleer we terug een duo vormen. 

Ik bijt me vast in zijn staart en neem me voor om niet te lossen. Het kost me best veel moeite om dat te doen. Christophe lijkt beter in vorm te zijn dan tijdens de Bouillonante. Op de hellingen kan ik maar ternauwernood volgen en hangt mijn tong bijna tot op zijn glimmende kuiten. Op het vlakke -als dat er al is- en in de niet-technische afdalingen (zo zijn er ook niet al te veel) ben ik net iets sterker en probeer ik wat te recupereren en mezelf bij elkaar te rapen voor de bestijging van een volgende muur. Die lijken nooit lang op zich te laten wachten. Bij momenten lijkt het alsof het parcours maar blijft de hoogte in kronkelen zonder ooit in dalende lijn te gaan. Hoe kan dat in een regio waarin de hoogste toppen nauwelijks boven de 500 meter uitkomen? 

Hoewel de atmosfeer klam en klefferig voelt, blijft de zon de eerste uren van de dag nog backstage en bereiken we nog niet meteen de hoge temperaturen die voorspeld werden. Het parcours heeft iets van een op en neergaande tunnel die een smalle koker vormt doorheen het dichte gebladerte. Hier en daar dient zich een fraai vergezicht aan. Waarschijnlijk de vallei van de Amblève. Ik geniet er te weinig van. Ik balanceer op het randje van wat ik fysiek aankan en voel me wat in mezelf gekeerd. Mijn aandacht gaat vooral naar mijn pompende longen, mijn benen die vollopen op het einde van een beklimming en het oncomfortabele gevoel van een net wat te hoog liggend tempo. 

Er ontstaat ook een patroon aan de bevoorradingen. Christophe geniet de luxe van een persoonlijke crew. Hij draagt geen racevest of rugzakje maar een sexy sportheuptasje waarin hij 1 softflask en enkele gels met zich meedraagt. Aan de bevoorrading werpt hij de lege softflask van zich af om er vervolgens al lopend een nieuwe aangereikt te krijgen. Mijn routines vragen een groter tijdsbudget. 

Stoppen. Herbruikbare beker uit mijn zijzak halen. Drie adfundums sportdrank naar binnen pleuren. Een schijfje appelsien door de slokdarm duwen en bij het verlaten van de bevoorradingspost graai ik nog snel een handvol snoepgoed mee dat ik al lopend oppeuzel. Om de andere bevoorrading vul ik ook mijn camelbag bij. Dat neemt nog meer tijd in beslag. Op de Bouillonante won ik een racevast met softflasks. Ik ben daar twee maal mee gaan trainen maar vond dat dit een teleurstellend oncomfortabel gevoel gaf waardoor ik het toch maar weer bij die tijdrovende camelbag hield.

Thans slaat Christophe elke bevoorrading weer een gaatje dat ik dien dicht te naaien. De eerste drie keer lukt dat door in een niet zo technische afdaling een tempoversnelling te plaatsen. Wanneer we bijna halfweg de wedstrijd zijn, remonteren we samen een tegenstander die het wat moeilijk lijkt te hebben. Hij weet alsnog zijn wagonnetje aan te haken waardoor we de lange klim richting bevoorrading in triumviraat afwerken. Wederom haast Christophe zich doorheen de bevoorradingspost. Deze keer voel ik er weinig voor om weer in zeven haasten achter 'm aan te jagen. De laatste kilometers voor de bevoorrading had ik het steeds moeilijker om zijn tempo te volgen. Ik laat het los en accepteer dat Christophe vandaag sterker is als ik. Ik neem wat rustiger de tijd om te eten, mij te laven aan de fletse sportdrank die wordt aangeboden en mijn kamelenbult weer te vullen. 

Verdomme, wat mis ik cola op de verfrissingsposten! Het aanbod is top maar het gemis aan cola vormt een gapend zwart gat. Slechts op twee posten was het beschikbaar! Voor mij is cola een soort van godendrank. Ik drink het bijna nooit maar tijdens ultra's werk ik er zonder handomdraai sloten van naar binnen en houdt het mijn motor draaiende. Het kalmeert mijn maag bij opkomende misselijkheid, doet mij herleven bij een energiedip en het blijft lekker ongeacht de duur en de omstandigheden van de wedstrijd. Dit in tegenstelling tot meer klassieke sportdranken. 

Geen cola dus. Fak! Fak! Fak! Een hectometer na de bevoorrading hou ik opnieuw halt. We zijn halfweg. We zijn alleen. Christophe heeft zich van me losgeweekt. Veertig kilometers op de teller met zo'n tweeduizend verticale meters erbij. Een gemiddelde dat nog net boven de 11km/u uitkomt. Ik voel aan dat dat op het einde van de rit wel wat minder zal zijn. Ik prop mijn hoofdtelefoontjes in mijn oren en pomp muziek naar binnen. Ik heb het nodig. Ik vervolg mijn tocht in alleenheid. 

Waar eerst de intensiteit van de inspanning mij naar binnen deed keren, doet nu de muziek dat. Het doet deugd om net dat tikkeltje trager te lopen, de druk om het snedige tempo van de langpotige Christophe te proberen evenaren is weg. Op de hellingen schakel ik wat sneller en wat vaker over op speedhiken. Ik ervaar flow. Van de landschappen pik ik nog steeds weinig op. Wel merk ik dat de grijze wolkengordijnen langzaam maar zeker plaats maken voor de zon die maar al te graag op het toneel wil verschijnen. De temperatuur schiet meteen de hoogte in. Alsof de zon haar uitgestelde optreden tracht goed te maken. 

Er volgt een dubbele beklimming op een zanderige helling pal onder een autostradebrug. De bodem speelt pingpong met de zon. De hitte lijkt gewoon heen en weer te kaatsen tussen hemel en aarde. Het zweet spuit uit mijn poriën. 

"Oh fuck" prevel ik willoos. Wat een ellendige kuthelling. 

Rond km 50 dient zich het fraaiste segment van de hele Ohm Trail aan. Een beklimming langs de flanken van de Chefna en een afdaling langs de loop van de Ninglingspo, het enige bergriviertje dat ons apenlandje rijk is. De paden zijn gemaakt voor de techniekers onder ons en de uitzichten over de diep uitgesneden valleien zijn van een onbelgische schoonheid. Waar dit stuk van het parcours op het hoogteprofiel te zien is als een hoge, zich scherp aftekenende piek (bijna 300 hoogtemeters in één beklimming!) beleef ik een diep dal in mijn gevoelscurve. Mijn energiepijl staat laag, ik voel me vermoeid en de negatieve gedachten sijpelen naar binnen. Het is een drukte van jewelste op de paden van de Ninglingspo. De track vloeit samen met de parcoursen van de kortere afstanden. In groepjes laveren we tussen de rotsblokken en de trosjes toeristen. Lopers van de kortere afstanden die ik eerder inhaalde, steken mij terug voorbij in de afdaling. Ik voel me wat op de sukkel. 

Aan de voet van van de afdaling staat een welkome bevoorrading. Het is er vreselijk druk waardoor het afwerken van mijn routines nog meer tijd dan gewoonlijk vraagt. Meteen daarna volgt opnieuw een knoert van een beklimming. De bevoorrading heeft me mentaal en fysiek wat bijgetankt maar toch voel ik me nog niet top. De hoogtemeters geven zich niet gemakkelijk prijs. Naar het einde van de beklimming toe zie ik een bekend gezicht. Het is de opponent die me helemaal in het begin het nakijken gaf. Heb ik hem zonder het te beseffen geremonteerd? Ergens in de drukte langs de Ninglingspo? Of is hij verkeerd gelopen en nu terug aan een inhaalbeweging bezig?

"Trompé?" vraag ik.

"Qui en nog iets." Luidt het antwoord. De rest versta ik niet. Jammerlijk verkeerd gelopen dus. De kerel maakt een wat verdrietige indruk en oogt niet al te vinnig meer. Het beste is eraf. We blijven nog even samen maar niet veel later laat ik hem -zonder dat echt te willen- alleen achter. Ik buffel door. Mijn herinneringen na dat punt zijn flue. Vaag. Het tracé dat immer op en neer blijft gaan maar schijnbaar net iets meer op, wat natuurlijk niet zo is De warmte die in hitte is omgeslagen. Mijn energieniveau dat evenzeer een soort van grillig hoogteprofiel vormt. Nu eens voel ik me sterk en gezwind op een helling, dan weer gaat het bijna volledig wandelend naar boven. Algemeen genomen gaat het de tweede helft van mijn wedstrijd aanzienlijk trager. De gemiddelde snelheid neemt een duik naar een waarde net onder de 10km/u en blijft daar wat hangen. Ik verwacht dat ik elk moment bijgehaald zal worden door een horde achterliggers die hun wedstrijd beter hebben ingedeeld. Dat gebeurt niet. Blijkbaar heeft iedereen het moeilijk.

Een achterligger steekt mij aan een snedig tempo voorbij. Ik herken het rugnummer van de 80km en zet de achtervolging in. Uiteindelijk blijkt hij deel te nemen aan de 50km. Toch is zijn gezelschap zeer welkom en geeft het de nodige motivatie om het tempo wat hoger te houden. Fysiek lukt dat eigenlijk nog wel. Ik heb het gevoel dat mijn in elkaar stortende tempo vooral een mentale kwestie is. De wetenschap dat ik ergens achteraan in de top 10 bungel, zonder echt te weten op welke plaats en met het podium of zelfs de top 5 zeer ver buiten bereik, maakt dat ik onbewust niet helemaal tot op de bodem ga. Ik loop wat meer op spaarstand en mijn lijf lijkt wat minder bereid te zijn om diep te tasten. 

Zo rond km 70 zie ik tot mijn verbazing Christophe Grifgnee terug voor me uitlopen. Zijn kortgeschoren kop en de lange, ranke ledematen die uit zijn mouwloos shirt ontspruiten zijn onmiskenbaar. Een weinig later is mijn achterstand volledig weggewerkt en geef ik hem meteen het nakijken. Ook mijn metgezel van de 50km volgt niet langer. Toch een herhaling van de Bouillonante? Ook daar liep Christophe tientallen kilometers lang voor me uit en haalde ik hem naar het einde toe weer in. 

De laatste bevoorrading volgt. Ik ben blij te horen dat slechts een negental kilometers ons van de finish scheidden. Het is stilaan welletjes geweest. Nog blijer ben ik wanneer ik zie dat er Coca Cola beschikbaar is. Met gulzige teugen laaf ik mij aan het zwarte goud. De 50 kilometer loper verschijnt ook terug op het toneel en hij geeft aan dat Christophe in de problemen lijkt te zitten. Kramp of zoiets. Ai. Natuurlijk ben ik blij dat ik hem weer heb weten inhalen maar toch vind ik het wel erg voor hem. 

De laatste fase van de wedstrijd. Op de één of andere manier voel ik me fysiek wat heropleven. Het tempo gaat wat omhoog en de hellingen bekamp ik met een hernieuwde strijdlust. Mentaal gaat het echter bergaf. En dan heb ik het niet over mijn motivatie of doorzettingsvermogen. Die zitten terug goed. Neen, ik voel me verward en zelfs wat paranoïde. Op de één of andere manier geraak ik ervan overtuigd dat ik een stuk van het parcours heb afgesneden. Ik spreek verschillende lopers van kortere afstanden aan om te vragen hoeveel kilometer ze hebben gelopen en hou regelmatig halt om de track op mijn GPS horloge te bestuderen. Ja, dat lusje daar! Volgens mij heb ik dat niet gedaan. Shit! Bovendien heb ik nog maar 76km op de teller en de finish is bijna in zicht. En slechts 3500 hoogtemeters, terwijl dat er 4000 zouden moeten zijn! Ik hang wat in de buurt van een loper van de 50km en zeg meermaals tegen hem dat ik denk verkeerd gelopen te zijn. 

De man haalt zijn schouders op en lijkt wat geïrriteerd door mijn repetitieve uitspraken. 

"Ik zou het niet weten." zegt hij met een Nederlandse tongval. "Ik draag geen horloge."

Met een zweem van trots houdt hij zijn naakte polsen omhoog. 

Op een bepaald moment geraak ik zo geabsorbeerd door de track op mijn GPS horloge dat ik vol met mijn kop tegen een omgevallen boom aan knal. Het wordt even zwart voor mijn ogen. Een glitch in mijn bewustzijn. De pijn is intens. Ik blijf even bedremmeld staan en wrijf kreunend over mijn gonzende hersenbol. Vervolgens zet ik de tocht verder en besluit het idee dat ik verkeerd ben gelopen los te laten. 

Ik herken dit gevoel van tijdens de Great Escape. Toen kregen de vermoeidheid en het slaaptekort duidelijk vat op mijn cognitieve functies en kreeg ik ook allerhande irreële gedachten en een mild gevoel van paranoia. Zo was ik er op een bepaald moment van overtuigd dat ik een bevoorrading had gemist en stond ik op het punt om een vijver over te zwemmen omdat ik dacht dat ik aan de overkant zijn moest. Dat terwijl ik de markeringen en de track perfect aan het volgen was. Maar dat was na 130km en veel meer uren van onderweg zijn! 

Is het de dehydratatie en de warmte? De o zo korte nacht voorafgaand aan de wedstrijd die dubbel en dik begint te wegen? Wellicht de combinatie. Hoe het ook zij: het parcours kronkelde nog een aantal keer heen en weer rond de finish en nam er in extremis nog enkele niet te onderschatten hellingen bij. 

Uiteindelijk kon ik met vrijwel exact 80km op de teller en met een sterk gevoel finishen aan de sporthal van Aywaille. Mijn calvarietocht leverde een zevende plaats op. Niet slecht op een Belgisch Kampioenschap. Al noopt de gigantische kloof tot de allersnelsten van de dag tot de nodige nederigheid. Florian Descamps had uiteindelijk liefst 1,5 uur minder nodig om het parcours te verteren en ging aan de haal met de overwinning. Straf. Zeer straf! 

***

Misschien had er een iets scherpere tijd in gezeten moest ik bij momenten wat minder getreuzeld hebben en wat dieper in de buidel hebben getast maar veel verder dan een zesde plaats was ik nooit geraakt. Dat maakt dat ik met een tevreden en voldaan gevoel huiswaarts keerde. 

Maar eerst werd ik voor de tweede keer in mijn leven onderworpen aan de lasten van een dopingcontrole. Een dopingcontrole, dat betekent: liters water drinken en drie kwartier wachten om dan uiteindelijk een cola-achtig potje plas uit mijn gedehydrateerde lijf te persen. En ook: met je broek op je enkels in het openbare toilet staan terwijl een oude man op je lendenen staat te kijken. Net op dat moment kwam een medeloper zijn blaas ledigen.

"C'est pour le côntrole antidopage, nous ne sommes pas des voyeurs." gaf de controleur voor de zekerheid mee.

***

Hoewel ik me na de aankomst van de Ohm nog erg goed voelde en met enige verbazing de verhalen over vreselijke krampen en heftig braken aanhoorde, mocht ook ik genieten van een moeizame nasleep. Niet zo zeer in de vorm van spierpijn, die viel best mee, maar eerder in de gedaante van erge vermoeidheid die naadloos overging in ziekte. Terwijl ik deze blog afwerk zit ik mijn tweede dag ziekteverlof uit. Dinsdag sleepte ik mij nog met met beginnende symptomen doorheen de werkdag. Gisteren echter trok ik met keelpijn, grieperigheid en extreme vermoeidheid naar de dokter. Sinds zondag heb ik elke nacht zo'n negen uur geslapen. De Ohm trail heeft brokken gemaakt en lijkt bijna de zelfde impact te hebben als het lopen van een 100 mijl, minus de extreme spierpijn dan.

 Vandaag gaat het al stukken beter maar ik doe het nog even rustig aan. 

Reacties

  1. Heerlijk beschreven. Beterschap! Goed voor je zelf zorgen hoor.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Kristof Vanbeneden9 juni 2022 om 16:56

    Aangenaan om te lezen Tim. Prachtig verhaal. Hopelijk geen Corona en ben je snel terug te been ! Kristof

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Toch een dikke proficiat voor het resultaat en de mentale sterkte. Opa

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Lof aan de Lofoten: deel 1 van ?

Lof aan de Lofoten (deel 3)