La Bouillonante
Wanneer ik met mijn vrienden op café enkele coups gerstenat zit weg te werken, dan wordt weleens het volgende uitgesproken:
"Katers worden toch echt erger met de jaren."
Ik spreek dat altijd tegen. Volgens mij heeft dat veel meer te maken met psychologische perceptie dan met een effectief fysiek of fysiologisch aftakelingsproces. De lever die met de jaren wat op z'n lauweren zou zijn gaan rusten. Vroeger jaren waren katers stoer. Voer voor alweer een oorlogsverhaal dat je breed kon uitsmeren. En wat was de waarde van tijd als je toch gewoon in je nest kon blijven liggen stinken? Nu zijn katers tijdverlies, een jammerlijke interferentie met een drukbezet leven. Koters die op de koop toe aan je figuurlijke sterfbed staan te kwelen. En daardoor is het een psychologisch groter ongemak dat zich vertaalt in meer intense somatische klachten.
Zo is dat ook met slaaptekort. Maakt mijn zoontje of dochtertje mij in het holst van de nacht wakker dan voel ik me de volgende dag doorgaans vermoeid, prikkelbaar en lusteloos. Kwaakt mijn wekker me om 2u in de ochtend uit mijn warme nest zodat ik bij het krieken van de dag aan de start van de Bouillonante kan staan, dan voel ik me energiek en geëxciteerd.
Ik heb nog getwijfeld om ter plaatse te kamperen maar kwam uiteindelijk tot de slotsom dat ik liever 4u kwaliteitsvolle slaap in mijn eigen beddenbak geniet dan pakweg 6u gebroken slaap in een tent die ik 's morgens dan ook ook nog eens moet opbreken. Daarenboven sprak het vooruitzicht op een kalme nachtelijke rit me meer aan dan een calvarietocht doorheen de Brusselse files, zo vlak na mijn werkdag.
***
De hele startprocedure heeft iets esoterisch. Een wandeling doorheen de catacomben van het Chateau de Bouillon brengt ons tot op de binnenplaats van het Middeleeuwse bouwsel. De hemel kleurt grijsblauw onder het aarzelende ochtendlicht. De opkomende zon speelt verstoppertje achter de beboste heuvelruggen.
Metaperspectief: terwijl elk weldenkend burger nog ligt te ronken in zijn bedstee, staat een bende gekken opgehitst door veel te luide muziek en de kokette stem van een overenthousiaste presentatrice te trappelen om een voettocht van 74km aan te vangen.
Ik herken enkele bekende gezichten waaronder Kristof en Erik met wie ik een ontspannen babbeltje sla. Verder meen ik de Brusselaar met wie ik de eerste 40km van de Great Escape heb afgehaspeld te herkennen. Zijn lange haren en pluizige baard zijn onmiskenbare bakens van herkenning. Ook Vincent Siringo, die ik vaagweg ken als organisator van Sport Events en begenadigd trailrunner, tekent present.
Het obligate aftellen begint.
***
Trois, deux, un, c'est parti...
De meute perst zich doorheen de duistere catacomben van het kasteel. Het is opletten geblazen om niet met je hoofd tegen het plafond te knallen of de achillespees van je voorloper over te trappen. Het hele gedoe doet denken aan het stierenrennen van Pamplona.
Kort na het verlaten van het Chateau beland ik al snel in een vierhoofdig kopgroepje. Hoewel ik me stellig heb voorgenomen om mijn eigen wedstrijd te lopen, voelt het tempo in de kopgroep comfortabel genoeg om te kunnen geloven dat ik daar -althans voorlopig- thuishoor. De eerste vlakke kilometers langs de oevers van de Semois worden weggetikt aan een dikke 14km/u. Xavier Diepart en Christophe Grifgnée zijn de gangmakers van dienst. Het duurt niet lang of we worden recht de flanken van de rivier opgejaagd. Meteen een helling die uitnodigt om over te schakelen op hikemodus maar Xavier wil er niet van weten. Met een driftige lichtvoetigheid trippelt hij naar boven. Ik besluit om dat ook te proberen. En dat lukt. Tot mijn vreugde stel ik vast dat er jus in de benen zit. Ook mijn ademhaling blijft ondanks de pittige inspanning ritmisch en beheerst.
De jaren aan trailervaring hebben mij geleerd dat het gevoel op de allereerste helling een heel betrouwbare voorspeller is voor de rest van het wedstrijdverloop, ongeacht de te lopen afstand. Ik besef nu al dat er wel iets kan inzitten vandaag. Opluchting want toen ik gisteren 5km ging loslopen voelde dat roestig en stroef.
Er ontstaat een kloofje tussen ons kopgroepje en de eerste achtervolgers. Terwijl Xavier en Christophe beurtelings prikjes uitdelen geraak ik aan de praat met Vincent. Zelf had ik al wel door dat Xavier met onze voeten aan het rammelen is. Spelenderwijs geeft hij tikjes gas bij om dan weer even op de rem te gaan staan. Zo nu en dan kijkt hij minzaam achterom om de zwoegende tegenstand te taxeren. Vincent ziet echter nog een extra laag en is van mening dat de twee teamgenoten een tactisch spel aan het spelen zijn. Op de hellingen trippelt de kleine, rank gebouwde Xavier telkens van ons weg om vervolgens zijn langpotige teamgenoot weer te laten aanpikken die er dan weer op de vlakkere stukken een snedig tempo op nahoudt. Ik neem de woorden van Vincent ter harte en besluit om me niet gek te laten maken door die twee. Ik volg op een afstandje. Maar al te goed besef ik dat ik geen partij ben voor Xavier. Wanneer ik echter op de hellingen aanpik bij zijn teamgenoot meen ik het geluid van een zwoegende ademhaling op te pikken. Ik vermoed dat hij zich aan het vergalopperen is en koester de hoop dat ik hem met een meer conservatieve aanpak kan verschalken in een latere fase van de wedstrijd.
De eerste bevoorrading dient zich aan op een dikke 16km. Ondanks de nervositeit van de wedstrijd besluit ik om mijn ding te doen. Ad fundum klok in enkele cola's naar binnen, gevolgd door een halve liter water. Daarnaast neem ik de tijd om mijn camelbag bij te vullen. Toch een gedoe, hier moet ik echt iets op vinden. Rugzak uit, camelbag eruit, bijvullen, de lucht eruit zuigen,... Het duurt allemaal veel te lang. Xavier en Christophe zijn er al lang vandoor. Ergens vind ik dat wel ok. Dat de vogel maar gaat vliegen, ik sla mijn eigen vleugels wel uit. We klimmen wederom de vallei van de alomtegenwoordige Semois uit langsheen een stenig maar breed en geleidelijk oplopend pad. Ik kan mooi tempo maken en zie Xavier en Christophe nog net uit het zicht verdwijnen. Achter me zie ik dat ook Vincent aan de klim begonnen is. Hij heeft zijn stokken uitgehaald en kiest voor een wandelpas. Dat is de laatste keer dat ik hem zie. Achteraf verneem ik dat hij heeft moeten opgeven. Jammer. Ik weet niet waarom. Wel vertrouwde hij me toe dat zijn trainingsarbeid de laatste tijd niet meer is wat het ooit geweest is door een duivelse combinatie van een pasgeboren kindje en teveel werkuren.
***
Ik val terug op mezelf. In alleenheid trek ik over de talloze heuvelruggen en technische rotsgraatjes. Een poepsjiek parcours. Echt om de vingers bij af te likken. Dat moet ik ook af en toe écht doen. Om de 45' duw ik een gelletje in mijn gezicht en door het vele gesmos zijn mijn handen een heuse plakboel geworden.
Ik voel me grounded. Ik neem de hellingen zoals ze komen, kijk er zelfs wat naar uit en bedien mezelf van een combinatie van trippelen en hiken om de hoogteverschillen soldaat te maken. Op de steilere klimmen visualiseer ik dat ik op een fiets zit en schakel telkens een tandje lichter. Dat mentale trucje lijkt goed te werken. Ook de technische afdalingen -beslist mijn grootste handicap- verteer ik vlot. Ik voel me in het moment. Wel wat in mezelf gekeerd. Zo nu en dan herinner ik mezelf eraan om mijn aandacht ook naar buiten te richten om de schone Bouillonese landschappen te savoureren.
Om de zoveel tijd krijg ik Christophe in het vizier. Hij loopt alleen nu. Op de hellingen lijk ik langzaam maar zeker terrein goed te maken, nadien verdwijnt hij telkens weer uit het zicht.
***
De tweede bevoorrading op km 34 is een welkom zicht. Het voelt wat klef en warmig dus ik kies wederom voor een volledige refill van mijn camelbag. Ik geniet van een vluchtig colafestijn en ram een handvol chips in mijn mond. Vervolgens zet ik weer de achtervolging in. Ik leer dat Christophe amper op me voorligt, daar staat wel tegenover dat hij blijkbaar zonder poespas aan de verzorgingspost is voorbijgelopen.
Moet die mens niet drinken?
Blijkbaar blijf ik gestaag aan zijn voorsprong knabbelen want op een steil bospad lijkt hij plotsklaps binnen handbereik. Met de handen op de knieën hijst hij zich naar boven. Zijn tred oogt enigszins moeizaam. Ik besluit even door te trekken en beland al gauw in zijn zog. Nu is het mijn beurt om tactisch te lopen, denk ik. In de plaats van meteen de tweede positie van hem af te snoepen, beslis ik om hem Ivo Steyaert-gewijs als pacer in te zetten en hem later pas een hak te zetten. Zo kan ik even op adem komen. Terwijl ik op de slanke lange poten van Christophe kijk, bedenk ik me dat er onder traillopers toch een diversiteit aan lichaamsmorfologieën in de omloop zijn.
Van lang en mager over klein en gedrongen, terug naar groot en gespierd tot echte pocketformaatjes. Ook de diversiteit aan leeftijden is treffend.
Zomaar een gedachte. Ergens in de bossen rond Bouillon.
Af en toe neem ik het heft in handen maar keer op keer laat ik mijn opponent weer aanpikken. Zo leggen we samen 8 zwijgzame kilometers af.
***
Na de bevoorrading op km 50 wacht ons een aangename verrassing. De meute lopers -ja, een meute want vlak voor de bevoorrading smolten de parcoursen van de 75km en de 50km samen- wordt doorheen de gangen van een oud mijncomplex gestuurd. Als ik me niet vergis, zit deze passage ook vervat in de Trail des Fées. Ook een prachtige, zij het wat meer kleinschalige, regionale parel. Dit had ik niet verwacht. De Bouillonante heeft iets met gangen en catacomben!
Wederom handelt Christophe de bevoorrading opvallend efficiënter af dan ikzelf. Daarenboven word ik even opgehouden door een treintje lopers van de 50km. Uiteindelijk haal ik hem toch weer bij op de bestijging van een smalle rotsgraat. Deze keer definitief. Het is duidelijk dat hij enorm aan het afzien is en het gaat nu echt wel te traag voor mij. Wanneer ik even aanzet, merk ik op dat hij niet langer volgt. Achteraf kom ik hem nog tegen in de douches en leer ik dat hij rond dat punt heeft moeten opgeven met hevige krampen. Jammer, dat wens je natuurlijk niemand toe.
***
Als je denkt dat ik de laatste 23 kilometers in alleenheid heb afgelegd, dan is dat schromelijk verkeerd gedacht! Niet heel lang na de bevoorrading vindt er nog een samenvloeiing plaats. Vlak voor een muur van een beklimming vallen de parcoursen van de 75, de 50 en nu ook de 30km met elkaar samen, en dat tot helemaal op het einde. Waar de samenvoeging met de 50 me al wat uit mijn ik-cocon haalde, is het nu plotsklaps een drukte van jewelste. Op de helling gaat het in een tergend traag sjokkende colonne omhoog. Hier en daar is er zelfs sprake van een opstopping en zit er helemaal geen beweging meer in de massa. Ik besluit om assertief te zijn en baan mijn weg doorheen de doornstruiken om de kudde te omzeilen. Hier en daar is een extra klauterpartij over wat uitstekende rotsen nodig om een verstopt stuk parcours te bypassen. Ook in de nauwe afdalingen is het lastig om mijn eigen tempo te behouden.
Ik probeer mijn komst ruim op voorhand aan te kondigen en aan te geven langs welke kant ik voorbij zal steken.
"Attention, passage à gauche. Passage à droit."
De meeste medelopers ruimen hoffelijk baan waarna ik mijn appreciatie uit druk met een welgemeende merci. Soms kan ik echter niet anders dan een extra risico te nemen en een minder ideale lijn uit te kiezen, zo nu en dan gaat het noodgedwongen stapvoets. Ondanks de hinder vind ik het ook wel leuk om terug andere lopers voorbij te steken en weer menselijk gezelschap te ervaren. Het geeft de motivatie een boost en leidt me af van de vermoeidheid die nu echt wel voelbaar begint te worden. Een weeë misselijkheid piept om de hoek, de gels gaan met steeds meer horten en stoten naar binnen en op de steilste hellingen moet ik regelmatig mijn loopsteil aanpassen omdat mijn kuitspieren op het randje van verkramping balanceren. Toch gaan de beklimmingen ondanks al deze ongemakken nog behoorlijk goed. De meeste stukken neem ik nog steeds dribbelend en enkel de echt geaccidenteerde stukken, dwingen mij tot een stapvoets tempo.
***
In de laatste fase van de Bouillonante wordt ons de ene muur na de andere voorgeschoteld. Een grotere vijand vind ik echter in de dubbele doorsteek van de Semois. Het water voelt ijzig koud en mijn vermoeide lijf lijkt niet akkoord te gaan met het abrupte temperatuurverschil. Het is alsof het bloed uit mijn lichaam wordt weggezogen, ik begin te duizelen en voel een gevoel van schok opkomen. Even verlies ik mijn evenwicht. Wanneer de ijzige greep van het water mijn onderbuik raakt wordt ik even kotsmisselijk. Op pure wilskracht bereik ik de overkant. Ik kan welhaast huilen van de pijnsensaties die door mijn lijf trekken. De andere lopers lijken hier veel minder moeite mee te hebben. Is het de uitputting die het allemaal extra heftig maakt?
***
En dan is er het punt dat er een einde komt aan die laatste lange afzink. We draaien een brede Bouillonese asfaltweg op. Boven ons torent het Chateau de Bouillon uit. Het zou intimiderend kunnen geweest
zijn maar we zijn intussen erger gewoon. Ik doe nog een laatste effort om al lopend het kasteel te bestormen, ook al voelt mijn lijf er niet bepaald meer naar. De toekijkende massa toeschouwers en mijn ego zitten daar zeker voor iets tussen. Aan de aankomst is het een waar feestgedruis. Anoniem overschrijd ik de finishlijn.
Enkele minuten later beseffen de organisatoren dat de tweede van de 75km zijn calvarietocht heeft beëindigd en vraagt men mij om mijn finish nog eens over te doen.
"Pourquoi?" vraag ik schaapachtig. Ik voel me wat draaierig en ben er niet helemaal bij.
"Pour les photos." luidt het antwoord.Thans keer ik op mijn schreden terug en herneem de laatste dertig meter richting verlossing.
"Un peu plus loin!" roept men mij toe. Is het niet komisch? Ik kan er wel om lachen en zo ook enkele toeschouwers die doorhebben wat er gebeurt. Ik loop nog wat verder weg en veins een fris ogende looppas richting eindmeet. Deze keer wordt mijn komst luid aangekondigd en wordt er een lint omhoog gehouden. Met een brede glimlach -of grimas- en gebalde vuist eindig ik wat een fraai avontuur is geweest.
Toneelspelen is me altijd al goed af gegaan.


Weeral een pareltje om te lezen Tim. Ben ergens wel blij dat de Semois ook bij jou als een bevroren ijsmeer aanvoelde. Mijn voeten waren ijsblokken en achillepezen bevroren. En dan moesten we er nog een 2x door...
BeantwoordenVerwijderen