Zweten in de oksel van de Lesse en de Lomme.
Een dag voordat het land voor lange tijd op slot ging en de sleutel werd opgeslokt door het collectieve zwarte gat waarin we met z'n allen tuimelden, deed ik mijn eerste FKT poging ooit. Een voettocht tussen het hoogste punt van Nederland en het hoogste punt van België. Van Vaals naar Botrange.
VaBo voor de ingewijden.
Ik slaagde in mijn opzet om de op dat moment snelst bekende tijd voor dat specifieke traject neer te zetten maar de venen gaven me -eerlijk is eerlijk- een pandoerie om nooit meer te vergeten.
Vorige week voltooide ik mijn tweede FKT. Vlak ná de lockdown. Symbolisch welhaast. Een soort van eerste wapenfeit. Een wederopstanding.
Ofschoon deze tweede ervaring haast niet meer verschillend kon zijn van de eerste, was er toch één heel belangrijke gelijkenis. Beide werden in een soort van grijze-lockdown-zone volbracht. De eerste keer was er nét een ban uitgesproken over niet-essentiële verplaatsingen maar waren de grenzen nog niet gesloten. Na lang twijfelen, wikken en wegen besloot ik dat ik er weinig kwaad mee zou aanrichten als ik een allerlaatste keer op mijn eentje de verlatenheid van de bossen zou intrekken. Achteraf voelde ik me wat schuldig over mijn door egoïsme gedreven keuze en de rest van de lockdown verliep voor mij volledig volgens het door de virologen geschreven boekje.
Nu, deze tweede FKT vond plaats in de schaduw van de echte lockdown. Een onduidelijke grijze zone. Er werd niet langer gecontroleerd op niet-essentiële verplaatsingen maar uitjes naar de Ardennen waren ook niet expliciet toegestaan. Een week lang heerste er twijfel over het wel of niet doen van de route. Enkele dagen voordien -toen ik het idee voorlopig naar de prullenmand had verwezen- kwam dan toch de doorslag. Op het journaal van zeven uur werden beelden getoond van het dierenpark te Han-sur-Lesse waar het naast wilde dieren vooral krioelde van de Vlamingen. Ook de Vlaams gebekte waterratten hadden massaal hun weg gevonden naar de kabbelende Lesse.
Wat later verscheen een besnorde, goed in het vlees gezette agent in beeld die letterlijk verkondigde:
"Alle Belgen zijn welkom."
Alsof dat nog niet voldoende was als godsgeschenk prijkte linksonder zijn brede bast het opschrift:
'Zone Entre-Lesse-et-Lomme.'
Exact waar wij naar toe wilden gaan!
Fuck de twijfel!
Dat moeten meer mensen gedacht hebben want de dagen erna druppelde het langzaam maar zeker facebookverslagjes over escapades in de Zuidelijke Landshelft. Het ijs was nu helemaal gebroken.
Maar zoals al eerder gezegd, waren er dus voornamelijk verschillen tussen de eerste en de tweede FKT.
Fastest versus first.
Toen ik mij dik twee maanden geleden aan de FKT van VaBo waagde, had ik een duidelijk objectief voor ogen: de vorige snelste tijd verbreken. Die stond met 4u04'57" op naam van het duo Bongers-Blindeman. Een scherpe doch voor mij haalbare tijd. In mijn ogen is de ideale uitdaging iets dat moeilijk maar tegelijkertijd mogelijk is. Het zou erg hypocriet van mij zijn moest ik nu beweren dat die tijd me geen bal kon schelen. Mijn doel was om de FKT-fakkel over te nemen en de tijd van Niels en Dimitri te verbeteren en daarvoor heb ik wel degelijk moeite gedaan. Op het einde zelfs zoveel dat het voor een groot deel het plezier in de route verbrodde.
Toen ik samen met Lander aan de FKT van 'Entre Lesse et Lomme' begon, was er nog geen eerder geregistreerde tijd bekend. Beweren dat we de eerste kerels waren die deze route al lopend hebben afgelegd, zou nogal pretentieus zijn maar we waren alleszins de eersten die er een 'officiële' FKT van wilden maken. Achteraf zou -ironisch genoeg- blijken dat enkele andere lopers dezelfde route daags voordien nog hadden gelopen.
Bijgevolg werd er tijdens onze tocht veel meer gejaagd op plezier dan op tijd. Of op een duo virtuele lopers. Dat maakte de tocht meer ontspannen en zorgde ervoor dat mijn geest meer open stond voor de omgeving, de geluiden van het bos en geur van de lucht. Ook het feit dat we voor het eerst in maanden weer mochten ronddartelen op onze -althans binnen de landgrenzen- favoriete speelweide, zorgde ervoor dat die tijd wat meer bijzaak werd. Als uitgelaten handen trippelden we langs de oevers van de Lesse, onze denkbeeldige staarten kwispelend van vreugde. Ondanks het relaxte elan van de tocht tikten we toch redelijk vlot de kilometers weg en waren onze pauzes niet talrijk en nooit echt lang. Het bleef natuurlijk een FKT, dan moet je nu ook weer niet té lang treuzelen.
Solo versus duo
Daar waar VaBo voor de volle honderd procent een solo-erlebnis was, mocht ik de ervaring van 'entre Lesse et Lomme- delen met loopmakker Lander Debrabandere. Tijdens Vabo savoureerde ik de glooiende landschappen in éénzaamheid. Kaatsen mijn gedachten heen en weer tussen de wanden van mijn schedel en toen ik de echo van mijn eigen kronkels kotsbeu was, pompte ik mijn hoofd vol met luide muziek. Tijdens 'entre Lesse et Lomme' werden de uren gevuld met conversatie, pendelend tussen de diepere krochten van het mens zijn en meer lichtzinnige praat. Natuurlijk ging het ook vaak over lopen.
Onvermijdelijk wanneer een doorgewinterd Brabants ultratrekpaard en een fris maar relatief onervaren ultraveulen samen de paden delen!
Het parcours en de landschappen werden samen bewonderd. In verbinding. Verwondering die beleefd wordt in verbondenheid is altijd net dat tikje fraaier. Ook in onze kritiek vonden we elkaar. Het was een mooi, wild en bosrijk parcours maar het was duidelijk dat het tracé de regionale trailparels regelmatig liet links liggen. Het krioelt van de op en neer slingerde trailpaadjes in die wondermooie Lessevallei. Toch werd er vaak gekozen voor vlakke, brede sintelwegen.
Het moet gezegd: ondanks het fijne samenspel was het slotakkoord alsnog solowerk. Van in het begin was het tempogewijs wat zoeken naar een compromis. Lander liep de eerste 53 km een tikje boven zijn basistempo terwijl het naar mijn aanvoelen juist net iets sneller mocht gaan. De eerste tientallen kilometers was dat geen enkel probleem maar na een kilometer of veertig werd de discrepantie voelbaar. Lander gaf aan dat het tempo voor hem te hoog lag om er nog verder van te kunnen genieten, terwijl ook voor mij het tempo gaandeweg onnatuurlijk was beginnen aanvoelen.
We waren er vrij snel uit dat het de beste optie was om de laatste 25 kilometer aan ons eigen tempo verder te zetten. Wat ik apprecieer aan Lander is dat hij eerlijk en rechtuit is. Als hij zegt dat hij dit geen enkel probleem vind, dan je kan er vanuit gaan dat dat ook zo is. Het is niet nodig om te vrezen dat bepaalde frustraties onuitgesproken blijven om dan nadien weer op te borrelen. Aanvankelijk vond in het wat lullig om op te splitsen maar je kan er ook vanuit een positieve hoek naar kijken:
"Vijf uur lang fijn samen lopen om nadien nog een drietal uurtjes je eigen ding te doen."
Het beste van twee werelden.
We gingen onze eigen weg niet voordat we samen hadden genoten van onze geïmproviseerde bevoorrading op km 53. Die ochtend hadden we immers wat water, cola en ikzelf ook twee rijsttaartjes verstopt in de bosjes langs het parcours. Die cola en dat water waren zoals gewoonlijk gelijk engelenpis maar bij het zien van de rijsttaartjes draaide mijn maag zich welhaast om. Ik zou intussen beter moeten weten. Thans liet ik de vogeltjes een zeer mooi geschenk na.
Lijn versus lus
Entre Lesse et Lomme is een lusvormig tracé in de beboste oksel tussen de Lesse en haar zij-arm, de Lomme. Het lusvormige aspect maakt het leven veel gemakkelijker. Je begint en je eindigt op dezelfde plaats. Geen gehannes met twee auto's of in mijn geval het droppen van een fiets op het eindpunt om dan na een toch al straffe escapade met veel tegenzin nog een calvarietocht per fiets te moeten volbrengen.
Los van het logistieke aspect vind ik de lijnvormige FKT veel charmanter. Op de één of andere manier vind ik het veel inspirerender en ook wel wat heroïscher om van het ene punt naar het andere te lopen. Zeg nu zelf: het hoogste punt van Nederland al lopend verbinden met het hoogste punt van België. Het klinkt als iets bijzonders, ook al is de afstand veel korter dan 'entre Lesse et Lomme'.
Het slotakkoord
Het gaat crescendo. Het parcours dat wat saaier is uitgevallen dan verwacht, lijkt dat nu -in de laatste kilometers- te willen goedmaken. Alsof het zich wil excuseren voor de vele stroken vals plat, schotelt het tracé me in korte opeenvolging twee lange hellingen voor. Een lange, eerder steile klim uit het dal van de Lesse en dat op een smal pad. Zo'n stukken hadden er vaker mogen inzetten, denk ik. Het ruisen van de Lesse verdwijnt langzaam naar de achtergrond. Hier en daar prikken er rotsen doorheen de hoge valleiwanden. Mijn lichaam heeft de boodschap begrepen en maakt massaal gelukshormonen aan. Ik ben geen endocrinoloog maar laten we er vanuit gaan dat het endorfines zijn. Ondanks mijn pijnlijke benen en vermoeide toestand trippel ik vrolijk naar boven.
Ik bereik het plateau boven de Lesse. Talloze dennenbomen die in keurige rijen staan opgesteld worden afgewisseld met kronkelend loofwoud. Orde en chaos in contrast. Het parcours vervlakt tot een breed pad. Nog een kilometer of twee. Dankzij het gezelschap van ervaren rot Lander heb ik de eerste 53 km wat trager gelopen dan ik anders had gedaan. Daardoor zat ik na 5 uur lopen nog heel fris en kon ik de laatste 25 kilometer nog aan een heel gezwind tempo afleggen. Toch is nu het vet van de soep. Het mag gedaan zijn. Het is goed geweest. Een uit de kluiten gewassen ree die aan de bosrand staat de grazen, schrikt op en sprint de weg over. Wat later nog ééntje. Ik glimlach. Of is het eerder een grijns? Een grimas.
Niet veel later sta ik voor een gesloten poort die het bospad genadeloos afsluit. Ik rammel wat aan het hekwerk maar de poort blijft koppig in het slot.
"Godverdomme toch", vloek ik binnensmonds. Ik probeer de poort nog te omzeilen maar stuit op schijnbaar eindeloos doorlopend hekwerk. Dit gaat me tientallen minuten kosten. Ik besluit dan maar over de poort te klimmen wat -ondanks mijn stramme poten- heel gemakkelijk gelukt. Ik begin net te vrezen dat er elk moment een grommende Waalse hond uit de bossen kan tevoorschijn schieten wanneer ik op de kanariegele bus van Lander stuit. Blijkbaar staan we op nog geen 100 meter van de poort geparkeerd. Ook blijkt achteraf dat de poort gewoon los was en eenvoudig kon geopend worden met een kettinkje. Blijkbaar was mijn frisheid op het einde toch ver zoek.
Ik ben er. Ha!
78km in 7u53'
Nog een woordje van dank...
... aan mijn pas aangekochte LifeStraw. Een compact waterfiltertje van een honderdtal gram waarmee ik onbeperkt kon drinken uit de vele zijstroompjes van de Lesse en de Lomme. Ofschoon de tocht minder fraai uitvalt dan in die regio mogelijk is, snijdt het wel degelijk door een stukje Belgische wildernis met nauwelijks bebouwing en geen enkele winkel op het parcours. Wat bevoorrading betreft, ben je dus op jezelf aangewezen. De LifeStraw zorgde ervoor dat ik op elk moment toegang had tot water.
Ik vond het ook best wel avontuurlijk om tijdens een lange looptocht, neer te knielen op de oever van een rivier en water doorheen een uit de kluiten gewassen rietje naar binnen te slurpen.
Leve de vrijheid!
VaBo voor de ingewijden.
Ik slaagde in mijn opzet om de op dat moment snelst bekende tijd voor dat specifieke traject neer te zetten maar de venen gaven me -eerlijk is eerlijk- een pandoerie om nooit meer te vergeten.
Vorige week voltooide ik mijn tweede FKT. Vlak ná de lockdown. Symbolisch welhaast. Een soort van eerste wapenfeit. Een wederopstanding.
Ofschoon deze tweede ervaring haast niet meer verschillend kon zijn van de eerste, was er toch één heel belangrijke gelijkenis. Beide werden in een soort van grijze-lockdown-zone volbracht. De eerste keer was er nét een ban uitgesproken over niet-essentiële verplaatsingen maar waren de grenzen nog niet gesloten. Na lang twijfelen, wikken en wegen besloot ik dat ik er weinig kwaad mee zou aanrichten als ik een allerlaatste keer op mijn eentje de verlatenheid van de bossen zou intrekken. Achteraf voelde ik me wat schuldig over mijn door egoïsme gedreven keuze en de rest van de lockdown verliep voor mij volledig volgens het door de virologen geschreven boekje.
Nu, deze tweede FKT vond plaats in de schaduw van de echte lockdown. Een onduidelijke grijze zone. Er werd niet langer gecontroleerd op niet-essentiële verplaatsingen maar uitjes naar de Ardennen waren ook niet expliciet toegestaan. Een week lang heerste er twijfel over het wel of niet doen van de route. Enkele dagen voordien -toen ik het idee voorlopig naar de prullenmand had verwezen- kwam dan toch de doorslag. Op het journaal van zeven uur werden beelden getoond van het dierenpark te Han-sur-Lesse waar het naast wilde dieren vooral krioelde van de Vlamingen. Ook de Vlaams gebekte waterratten hadden massaal hun weg gevonden naar de kabbelende Lesse.
Wat later verscheen een besnorde, goed in het vlees gezette agent in beeld die letterlijk verkondigde:
"Alle Belgen zijn welkom."
Alsof dat nog niet voldoende was als godsgeschenk prijkte linksonder zijn brede bast het opschrift:
'Zone Entre-Lesse-et-Lomme.'
Exact waar wij naar toe wilden gaan!
Fuck de twijfel!
Dat moeten meer mensen gedacht hebben want de dagen erna druppelde het langzaam maar zeker facebookverslagjes over escapades in de Zuidelijke Landshelft. Het ijs was nu helemaal gebroken.
Maar zoals al eerder gezegd, waren er dus voornamelijk verschillen tussen de eerste en de tweede FKT.
Fastest versus first.
Toen ik mij dik twee maanden geleden aan de FKT van VaBo waagde, had ik een duidelijk objectief voor ogen: de vorige snelste tijd verbreken. Die stond met 4u04'57" op naam van het duo Bongers-Blindeman. Een scherpe doch voor mij haalbare tijd. In mijn ogen is de ideale uitdaging iets dat moeilijk maar tegelijkertijd mogelijk is. Het zou erg hypocriet van mij zijn moest ik nu beweren dat die tijd me geen bal kon schelen. Mijn doel was om de FKT-fakkel over te nemen en de tijd van Niels en Dimitri te verbeteren en daarvoor heb ik wel degelijk moeite gedaan. Op het einde zelfs zoveel dat het voor een groot deel het plezier in de route verbrodde.
Toen ik samen met Lander aan de FKT van 'Entre Lesse et Lomme' begon, was er nog geen eerder geregistreerde tijd bekend. Beweren dat we de eerste kerels waren die deze route al lopend hebben afgelegd, zou nogal pretentieus zijn maar we waren alleszins de eersten die er een 'officiële' FKT van wilden maken. Achteraf zou -ironisch genoeg- blijken dat enkele andere lopers dezelfde route daags voordien nog hadden gelopen.
Bijgevolg werd er tijdens onze tocht veel meer gejaagd op plezier dan op tijd. Of op een duo virtuele lopers. Dat maakte de tocht meer ontspannen en zorgde ervoor dat mijn geest meer open stond voor de omgeving, de geluiden van het bos en geur van de lucht. Ook het feit dat we voor het eerst in maanden weer mochten ronddartelen op onze -althans binnen de landgrenzen- favoriete speelweide, zorgde ervoor dat die tijd wat meer bijzaak werd. Als uitgelaten handen trippelden we langs de oevers van de Lesse, onze denkbeeldige staarten kwispelend van vreugde. Ondanks het relaxte elan van de tocht tikten we toch redelijk vlot de kilometers weg en waren onze pauzes niet talrijk en nooit echt lang. Het bleef natuurlijk een FKT, dan moet je nu ook weer niet té lang treuzelen.
Solo versus duo
Daar waar VaBo voor de volle honderd procent een solo-erlebnis was, mocht ik de ervaring van 'entre Lesse et Lomme- delen met loopmakker Lander Debrabandere. Tijdens Vabo savoureerde ik de glooiende landschappen in éénzaamheid. Kaatsen mijn gedachten heen en weer tussen de wanden van mijn schedel en toen ik de echo van mijn eigen kronkels kotsbeu was, pompte ik mijn hoofd vol met luide muziek. Tijdens 'entre Lesse et Lomme' werden de uren gevuld met conversatie, pendelend tussen de diepere krochten van het mens zijn en meer lichtzinnige praat. Natuurlijk ging het ook vaak over lopen.
Onvermijdelijk wanneer een doorgewinterd Brabants ultratrekpaard en een fris maar relatief onervaren ultraveulen samen de paden delen!
Het parcours en de landschappen werden samen bewonderd. In verbinding. Verwondering die beleefd wordt in verbondenheid is altijd net dat tikje fraaier. Ook in onze kritiek vonden we elkaar. Het was een mooi, wild en bosrijk parcours maar het was duidelijk dat het tracé de regionale trailparels regelmatig liet links liggen. Het krioelt van de op en neer slingerde trailpaadjes in die wondermooie Lessevallei. Toch werd er vaak gekozen voor vlakke, brede sintelwegen.
Het moet gezegd: ondanks het fijne samenspel was het slotakkoord alsnog solowerk. Van in het begin was het tempogewijs wat zoeken naar een compromis. Lander liep de eerste 53 km een tikje boven zijn basistempo terwijl het naar mijn aanvoelen juist net iets sneller mocht gaan. De eerste tientallen kilometers was dat geen enkel probleem maar na een kilometer of veertig werd de discrepantie voelbaar. Lander gaf aan dat het tempo voor hem te hoog lag om er nog verder van te kunnen genieten, terwijl ook voor mij het tempo gaandeweg onnatuurlijk was beginnen aanvoelen.
We waren er vrij snel uit dat het de beste optie was om de laatste 25 kilometer aan ons eigen tempo verder te zetten. Wat ik apprecieer aan Lander is dat hij eerlijk en rechtuit is. Als hij zegt dat hij dit geen enkel probleem vind, dan je kan er vanuit gaan dat dat ook zo is. Het is niet nodig om te vrezen dat bepaalde frustraties onuitgesproken blijven om dan nadien weer op te borrelen. Aanvankelijk vond in het wat lullig om op te splitsen maar je kan er ook vanuit een positieve hoek naar kijken:
"Vijf uur lang fijn samen lopen om nadien nog een drietal uurtjes je eigen ding te doen."
Het beste van twee werelden.
We gingen onze eigen weg niet voordat we samen hadden genoten van onze geïmproviseerde bevoorrading op km 53. Die ochtend hadden we immers wat water, cola en ikzelf ook twee rijsttaartjes verstopt in de bosjes langs het parcours. Die cola en dat water waren zoals gewoonlijk gelijk engelenpis maar bij het zien van de rijsttaartjes draaide mijn maag zich welhaast om. Ik zou intussen beter moeten weten. Thans liet ik de vogeltjes een zeer mooi geschenk na.
Lijn versus lus
Entre Lesse et Lomme is een lusvormig tracé in de beboste oksel tussen de Lesse en haar zij-arm, de Lomme. Het lusvormige aspect maakt het leven veel gemakkelijker. Je begint en je eindigt op dezelfde plaats. Geen gehannes met twee auto's of in mijn geval het droppen van een fiets op het eindpunt om dan na een toch al straffe escapade met veel tegenzin nog een calvarietocht per fiets te moeten volbrengen.
Los van het logistieke aspect vind ik de lijnvormige FKT veel charmanter. Op de één of andere manier vind ik het veel inspirerender en ook wel wat heroïscher om van het ene punt naar het andere te lopen. Zeg nu zelf: het hoogste punt van Nederland al lopend verbinden met het hoogste punt van België. Het klinkt als iets bijzonders, ook al is de afstand veel korter dan 'entre Lesse et Lomme'.
Het slotakkoord
Het gaat crescendo. Het parcours dat wat saaier is uitgevallen dan verwacht, lijkt dat nu -in de laatste kilometers- te willen goedmaken. Alsof het zich wil excuseren voor de vele stroken vals plat, schotelt het tracé me in korte opeenvolging twee lange hellingen voor. Een lange, eerder steile klim uit het dal van de Lesse en dat op een smal pad. Zo'n stukken hadden er vaker mogen inzetten, denk ik. Het ruisen van de Lesse verdwijnt langzaam naar de achtergrond. Hier en daar prikken er rotsen doorheen de hoge valleiwanden. Mijn lichaam heeft de boodschap begrepen en maakt massaal gelukshormonen aan. Ik ben geen endocrinoloog maar laten we er vanuit gaan dat het endorfines zijn. Ondanks mijn pijnlijke benen en vermoeide toestand trippel ik vrolijk naar boven.
Ik bereik het plateau boven de Lesse. Talloze dennenbomen die in keurige rijen staan opgesteld worden afgewisseld met kronkelend loofwoud. Orde en chaos in contrast. Het parcours vervlakt tot een breed pad. Nog een kilometer of twee. Dankzij het gezelschap van ervaren rot Lander heb ik de eerste 53 km wat trager gelopen dan ik anders had gedaan. Daardoor zat ik na 5 uur lopen nog heel fris en kon ik de laatste 25 kilometer nog aan een heel gezwind tempo afleggen. Toch is nu het vet van de soep. Het mag gedaan zijn. Het is goed geweest. Een uit de kluiten gewassen ree die aan de bosrand staat de grazen, schrikt op en sprint de weg over. Wat later nog ééntje. Ik glimlach. Of is het eerder een grijns? Een grimas.Niet veel later sta ik voor een gesloten poort die het bospad genadeloos afsluit. Ik rammel wat aan het hekwerk maar de poort blijft koppig in het slot.
"Godverdomme toch", vloek ik binnensmonds. Ik probeer de poort nog te omzeilen maar stuit op schijnbaar eindeloos doorlopend hekwerk. Dit gaat me tientallen minuten kosten. Ik besluit dan maar over de poort te klimmen wat -ondanks mijn stramme poten- heel gemakkelijk gelukt. Ik begin net te vrezen dat er elk moment een grommende Waalse hond uit de bossen kan tevoorschijn schieten wanneer ik op de kanariegele bus van Lander stuit. Blijkbaar staan we op nog geen 100 meter van de poort geparkeerd. Ook blijkt achteraf dat de poort gewoon los was en eenvoudig kon geopend worden met een kettinkje. Blijkbaar was mijn frisheid op het einde toch ver zoek.
Ik ben er. Ha!
78km in 7u53'
Nog een woordje van dank...
... aan mijn pas aangekochte LifeStraw. Een compact waterfiltertje van een honderdtal gram waarmee ik onbeperkt kon drinken uit de vele zijstroompjes van de Lesse en de Lomme. Ofschoon de tocht minder fraai uitvalt dan in die regio mogelijk is, snijdt het wel degelijk door een stukje Belgische wildernis met nauwelijks bebouwing en geen enkele winkel op het parcours. Wat bevoorrading betreft, ben je dus op jezelf aangewezen. De LifeStraw zorgde ervoor dat ik op elk moment toegang had tot water.
Ik vond het ook best wel avontuurlijk om tijdens een lange looptocht, neer te knielen op de oever van een rivier en water doorheen een uit de kluiten gewassen rietje naar binnen te slurpen.Leve de vrijheid!

Reacties
Een reactie posten