Posts

Ohm Trail: de wet van de weerstand en quantum supergeleiders.

Afbeelding
De weken die de Bouillonante van de Ohm Trail scheidden verliepen niet bepaald vlekkeloos. Geen kalm interbellum waarin ik rustig de schade kon opmeten en mijn troepen kon gereedmaken voor de volgende veldslag maar eerder een guerrillastrijd met allerhande kwalen en hindernissen.  Het herstel na de Bouillonante verliep ogenschijnlijk redelijk vlot en al gauw dreef ik het volume en de intensiteit van mijn trainingen weer de hoogte in. Twee weken na de finish van wat ik één van de mooiste én zwaarste binnenlandse trails zou durven noemen, had ik alweer een trainingsweek van ruim 160km achter de kiezen met daarin een duurloop van zo'n 60 km. Nadien volgde een weliswaar minder zware, maar geenszins herstelgerichte week. Tijdens die week begon mijn lijf al niet mis te verstane signalen uit te zenden. Het had nood aan een welverdiende rustpauze: zware benen, allerhande pijntjes en ongemakken, een wat moeizamere ademhaling en een algemeen vermoeid gevoel.  Helaas trapte ik in dezelfd...

La Bouillonante

Afbeelding
Wanneer ik met mijn vrienden op café enkele coups gerstenat zit weg te werken, dan wordt weleens het volgende uitgesproken: "Katers worden toch echt erger met de jaren."  Ik spreek dat altijd tegen. Volgens mij heeft dat veel meer te maken met psychologische perceptie dan met een effectief fysiek of fysiologisch aftakelingsproces. De lever die met de jaren wat op z'n lauweren zou zijn gaan rusten. Vroeger jaren waren katers stoer. Voer voor alweer een oorlogsverhaal dat je breed kon uitsmeren. En wat was de waarde van tijd als je toch gewoon in je nest kon blijven liggen stinken? Nu zijn katers tijdverlies, een jammerlijke interferentie met een drukbezet leven. Koters die op de koop toe aan je figuurlijke sterfbed staan te kwelen. En daardoor is het een psychologisch groter ongemak dat zich vertaalt in meer intense somatische klachten.  Zo is dat ook met slaaptekort. Maakt mijn zoontje of dochtertje mij in het holst van de nacht wakker dan voel ik me de volgende dag doorg...

De Bello Gallico: een veldtocht doorheen een treurig decemberpallet.

Doorheen de ijle mistflarden die mijn hoofd vullen, kan ik me nog net bedenken hoe ironisch de situatie wel niet is.  'Dat moet nu toch lukken?' mijmer ik. 'Dat ik de Bello Gallico op net dezelfde manier eindig dan in 2019.' Liggend op mijn rug die door een bruin deken -wie weet ook hetzelfde als in 2019- gescheiden wordt van de koude vloer van de Roosenberg. Ik kon letterlijk niet dieper aan de grond zitten. Onwel. Krullend van de miserie. Maar ook omringd door mensen die bezorgd zijn om mijn welzijn.  'Gaat het al wat meneer?' vraagt iemand.  'Moet je nog een druivensuiker hebben?' oppert een ander. Flauwtjes schud ik mijn hoofd. Aan mijn lijkwitte gelaat zal het niet af te lezen zijn. Ook mijn verkrampte, op een stervende foetus gelijkende lijf, verraadt weinig joie de vivre. Maar ik ben gelukkig. Blij. Tevreden. Het kan me geen ene fuck schelen dat mijn benen net zo'n 100 keer zwaarder zijn geworden en mijn hoofd nog eens het tienvoud daarvan lic...

De Great Escape: ontsnapping aan de banvloek.

  De nagel van mijn grote teen heeft de blauwige tint van een vers lijk. Het ding is op sterven na dood. Mijn rood opgezwollen en geïnfecteerde nagelrand ligt er als een soort van omwalling omheen. Een nagelgraf. Mijn ogen branden en jeuken van de vermoeienis en mijn heup staat gespannen als een veer. Het zou de eindballans kunnen zijn na een voettocht over 100 mijlen. Dat is het helaas niet. Het is de fysieke baseline waarmee ik vrijdagavond voorgenoemd avontuur tegemoet ga. De nagel is een onfraaie souvenir die ik heb overgehouden aan ‘mijn laatste lange training in de Ardennen.’ Het uitje waarmee ik mentaal en fysiek de puntjes op de ‘i’ wenste te zetten maar waar mijn grote teen in de laatste kilometer verliefd werd op een uitstekende steen en besloot om die een dikke smakkerd te geven. Hoewel ik op best veel vlakken een neurotische persoonlijkheid heb, kan ik ook erg nonchalant uit de hoek komen. ‘Gaat wel over.’ Dacht ik, toen ik des avonds in de badkamer toekeek ho...