Een vuist van water sloeg boos tegen de rotswand. De zee een driftig kind. De wind een kwade ouder die het wateroppervlak een stevige rammeling gaf. Mijn knieën knikten en mijn darmen draaiden zich in een knoop. Ik voelde een golf van paniek opkomen. Ik zat vast! Ik kon geen kant meer op. Wat doe ik hier zelfs? Het was vroeg in de ochtend. Rond geen enkele van de vele tentjes die Kvalvika Beach bespikkelden, was al een teken van leven te bespeuren. Ik had een spoor van scherpe voetstappen achtergelaten op het maagdelijke zand. Ik was alleen. De goudgele avondlucht van de dag voordien had opnieuw plaatsgemaakt voor een hemel die kreunde onder haar eigen loodgrijze gewicht. Na een korte passage over het zand had de route mij over een scherpe rotspartij gedwongen. Zoekend en schuifelend had ik mij een weg gebaand over het gladde gesteente, er mij volledig van bewust zijnd dat een foute inschatting tot precaire situaties kon leiden. Ik stond met beide voeten voor elkaar op een richeltje va...