Lof aan de Lofoten deel 2
Mijn hart liep sneller dan mijn voeten. Ik dwong mijn uitslaande gedachten in een korset en probeerde helder en methodisch te denken. De steile helling was overgegaan in een slordig opeengestapeld kluwen van rotsen. Alsof god er op een bepaald moment genoeg van had gekregen en uit gemakzucht maar een hoop stenen op de anders zo gestileerde berg had gekwakt. Om toch maar boven die 1000 meter uit te komen. De top bestond namelijk uit grote, vervaarlijk tegen elkaar aanleunende rotsblokken en -platen, met ertussen diepe spleten waarin een mager, relatief klein mannetje als ik gemakkelijk verdwijnen kon. Opgeslokt door Herman, stel je voor. Mijn wanhopig gekrijs zou versmelten met de niet aflatende Lofotenwind. God die een scheet laat van het lachen. Herman die er onverschillig bij zou grijnzen. De klootzak. Met beide handen en voeten klauterde ik naar boven. Ik voelde mij enigszins gespannen. Gestrest. Soms vond ik slechts na veel tasten een klein ribbeltje op een gladde rotsplaat wa...