De Bello Gallico: een veldtocht doorheen een treurig decemberpallet.
Doorheen de ijle mistflarden die mijn hoofd vullen, kan ik me nog net bedenken hoe ironisch de situatie wel niet is. 'Dat moet nu toch lukken?' mijmer ik. 'Dat ik de Bello Gallico op net dezelfde manier eindig dan in 2019.' Liggend op mijn rug die door een bruin deken -wie weet ook hetzelfde als in 2019- gescheiden wordt van de koude vloer van de Roosenberg. Ik kon letterlijk niet dieper aan de grond zitten. Onwel. Krullend van de miserie. Maar ook omringd door mensen die bezorgd zijn om mijn welzijn. 'Gaat het al wat meneer?' vraagt iemand. 'Moet je nog een druivensuiker hebben?' oppert een ander. Flauwtjes schud ik mijn hoofd. Aan mijn lijkwitte gelaat zal het niet af te lezen zijn. Ook mijn verkrampte, op een stervende foetus gelijkende lijf, verraadt weinig joie de vivre. Maar ik ben gelukkig. Blij. Tevreden. Het kan me geen ene fuck schelen dat mijn benen net zo'n 100 keer zwaarder zijn geworden en mijn hoofd nog eens het tienvoud daarvan lic...